Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
243
Einzelbild herunterladen
 

MARIA VAN ENGELAND.

243

uitermate weinig geschikt voor gevoelde, ai wist ik ooktot mijne groote blijdschap dat mijn echtgenoot voidaanwas en, naar hij mij zeide, zeer tevreden over mijn gedrag.Ik had nu weder beschikbaren tijd om God te loven enal die geloften na te komen, die ik gedurende mijnen tijdvan beproeving had gedaan, om voortaan meer getrouwte zijn in Zijnen dienst. Want ik had nu ondervondenhoe moeilijk het is om veel te bidden, als men zooveelte doen heeft, en nu was ik daartoe meer verplicht, omdatik wist, dat mijn echtgenoot zoo weinig tijd had. Ik gafer mij nu aan over met hart en ziel en bemoeide mij inhet minst niet meer met de zaken; want ik verbaas er mijover, dat men wel eens zegt, dat men het niet meer o ver-laten kan, als men er eens aan gewend is. Ik voor mijgaf het maar al te gewillig over."

III

Wat dat jaar 1690 volgens Maria's gedenkschriften voorhaar was geweest, dat waren al de jaren, zes in getal, datzij de kroon gedragen heeft.Sinds ik naar Engelandkwam," schreef zij nog in December 1693 aan de keur-vorstin Sophia van Hannover,is de koning meest van mijgescheiden geweest. Acht maanden van het jaar is hij vanhuis. Dat is nu eenmaal een der kruisen, die mij zijn op-gelegd en wel het zwaarste van alle; maar ik leer lijd-zaamheid oefenen of ik wil of niet, en ik hoop, dat de Koningde goede zaak zal mogen handhaven en een einde makenaan die lange oorlogen, die de weduwen zoo talrijk maken