242
MARIA VAN ENGELAND.
„vreesde ik het ergste; maar ik wist ook, dat de Heer„regeert, en dat Hij, zoo het Zijn wii was, machtig was„om mij te redden uit ahe gevaren; en Hij heeft mij ook„bewaard. Want het was Uwe hand, o God! de Uwe alleen,„die hier alles in rust hield, al liet Gij het ook geschieden,„dat onze vloot geslagen werd... Een diep treurige tijd„was het zeker, maar toch God heeft meer voor mij gedaan„dan ik durfde hopen. Want Hij heeft ook mijnen echtge-noot bewaard, Hij heeft hem eene groote overwinning„geschonken," (slag bij de Boyne) „en Hij heeft hem en„mijnen vader in dien slag ver verwijderd van elkander„gehouden. En hoevele ontevredenen er ook in den lande„waren, en olschoon wij den slag bij Fleurus verloren, en„ter zee geslagen werden, is het toch rustig gebleven en„mij heeft de Heer er voor bewaard groote misslagen te„begaan.
„Den 7^" September kwam de tijding, dat de Honing in„Engeland den voet aan wal had gezet en dat was de„heerlijkste tijding, die men mij brengen kon. Den 10^„daaraanvolgende!! ontmoette ik hem in Hampton-court en„vond hem gelukkig in eene uitstekende gezondheid. Die„vreugde was zoo groot, dat ik die niet onder woorden„brengen kan; als ik terugzie op al den angst en op al het„verdriet van dat jaar, was het meer dan eene vergoeding . ..„Ik was nu werkelijk gelukkig; mijnen echtgenoot had ik„terug in goede gezondheid en overdekt met grooten roem,„die hem aller bewondering en hoogachting deed verwerven;„ik was ontheven van al die bemoeiingen, waar ik mij zoo