Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
241
Einzelbild herunterladen
 

MARIA VAN ENGELAND.

241

mij toen hebben kunnen doen staande blijven ? Maar aite iicht zoude ik mij zelve gewantrouwd hebben en dikwijlsvreesde ik, dat het geen moed, maar gebrek aan doorzicht,geene geestkracht maar gemis van begrip van het gevaarwas, dat mij kalm deed blijven, terwijl al de lieden om mijheen er als op bedacht waren mij aanhoudend schrik aante jagen. De Lord President zelf deed mij de vraag, diede Koning mij ook had voorgelegd, eer hij vertrok, watik doen zoude in geval van opstand in de City, wat zijbeiden voor zeer mogelijk hielden. Ik gaf,hun beiden het-zelfde antwoord en dat was, dat ik niet kon zeggen, hoeangstig ik dan wel zoude zijn; maar dat ik beloofde mijniet te laten beheerschen door mijn eigen vrees of doordie van anderen, maar den raad zoude volgen van hen,die naar ik meende het moedigst en het helderst van oor-deel waren, en dat ik zeker, wat er ook gebeurde, Whitehallnimmer verlaten zoude. Ik had mij zelve op het ergstevoorbereid en toen de Koning heenging, achtte ik hetwaarschijnlijk, dat wij nimmer weder zouden samen komen;want ik dacht: nu er zooveel kwaadwilligen zijn, zal Godons misschien om onzer zonden wil in hunne handen over-leveren. Ik wist, dat ik, menschelijkerwijs gesproken, opniets of niemand vertrouwen kon, toen de Koning wegwas. En waarlijk, was er oproer uitgebroken, toen deFransche vloot in zicht kwam, of waren de Franschengeland, nadat zij onze vloot geslagen hadden" (slag bijBeachy Head)dan was ik er erg aan toe geweest. Ik wistdat maar al te goed, en daar ik vreesachtig van aard ben,

16

RSBWaN: