Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
240
Einzelbild herunterladen
 

2^0

MARIA VAN ENGELAND.

tijdstip, dat beide, een vijandelijke invai en een binneniandscheopstand, te vreezen waren. Want nauwelijks had WillemIII Londen verlaten, om zich aan het hoofd van zijn legerte stellen, of eene machtige Fransche vloot zeilde het Kanaalbinnen; reeds waren de schepen in het gezicht van Ply-mouth en er was alle reden om te onderstellen, dat deFransche admiraal betrekkingen onderhield met de onte-vredenen in den lande. Weldra kwamen zelfs onwederleg-bare bewijzen in, dat Lord Clarendon, de broeder vanMaria's moeder, verraderlijk met Frankrijk heulde; maartoen de leden van den Raad aarzelden om den eigen oomder Koningin in staat van beschuldiging te stellen, voorkwamMaria hen door met eene kloeke beslistheid, die men weinigvan haar zacht karakter had gewacht, zelve de onverwijldeinhechtenisneming van den schuldigen edelman te gelasten.

En de schatkist was slecht voorzien/' verhaalt KoninginMaria verder;er was geen geld; de gezagvoerder vanonze zeemacht lag op de reede, feest vierende met zijnevrienden, terwijl de Franschen onze kust naderden en hemen zijne schepen bijna in verrassing genomen hadden. Zoobleef ik achter, met eene machtige vloot in 't gezicht, metvele vijanden en ontevredenen binnen in het rijk en nietmeer dan 5 of 6 duizend man ter verdediging; de eigentroepen kon ik niet vertrouwen, en er was maar al teveel reden om het ergste te duchten van de vreemde. Ikgeloof niet, dat iemand ooit in zoo groote verlegenheidwas. Maar toen ook ondervond ik den bijzonderen bijstandvan mijnen God, en wat anders dan Zijne kracht zoude