Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
236
Einzelbild herunterladen
 

236

MARIA VAN ENGELAND.

Het was voor Maria eene pijnlijke teleurstelling.Watmij het meeste verwonderde," schrijft zij in den loop vanhet eerste jaar na hare aankomst te Londen,was om eenvolk, dat pas uit zoo groote gevaren was gered, zoo weinigernstig te vinden;" en aan het einde van dat eerste jaarvan haar koningschap maakte zij de slotsom harer er-varing aldus op:Eene groote verandering heeft in mijnleven plaats gegrepen. De kroon mij op het hoofdgezet en ik ben tot den hoogsten staat in het menschelijkeleven opgeheven; dat zoude voor velen een geluk wordengeacht; maar voor mij is het dat niet. Mijn vorige rangwas reeds genoeg om zelfs het meest trotsche hart tevoldoen, en het uitzicht op de kroon was voor mij meerwaard dan het bezit er van. Maar het heeft God behaagdhet aldus te beschikken, en het is mijn plicht er in te be-rusten. Wij zijn niet in deze wereld gebracht om onzeeigen meester te zijn. Het eenige, dat mij in dat allestoelacht, is de hoop om nevens mijnen gemaal in Godshand een werktuig ten goede te zijn."

Maar viel het haar reeds dadelijk zwaar de kroon tedragen, onlijdelijk werd haar dat gewicht, toen koningJacobus, door Frankrijk gesteund, eenen inval in Ierlandbeproefde en haar gemaal haar verlaten moest om hemterug te drijven.Ik zeide het den Koning," schrijft zij,hoe ik er onder leed; maar hij antwoordde, dat het nueenmaal niet te veranderen was, dat dit nu eenmaal detaak was, die hem was opgelegd en die ook volbrachtmoest worden; hij trachtte mij tot rust te brengen met