MARIA VAN ENGELAND.
235
stond ledig en verlaten; want WiHems zwakke gezondheidwas niet bestand tegen Londensche mist en nevei, endwong hem de wijk te nemen naar het land, naar Hamp-toncourt, tot schade van het vertier van handel en nijver-heid. Wel trachtte hij aan de algemeene klacht over denafstand tusschen het hof en de hoofdstad tegemoet tekomen door zijne residentie te verleggen naar Kensington.Maar hoewel Kensington House thans een deel van Londenzelf uitmaakt, was het toen een afgelegen landhuis tenoemen en kon in die dagen van straatroof en verzakte,modderige wegen zonder bestrating of verlichting, niet inaanmerking komen voor hoffeesten en plaats van dage-lijksche samenkomst voor eenen talrijken hofkring. Overalwas een jacht naar ambten, naar titels, naar aandeel aande opengevallen goederen der roomsch-katholieke edellieden,die koning Jacobus naar Frankrijk waren gevolgd. Totzelfs prinses Anna was ontevreden met de haar toegekendejaargelden, en een aanhang vormde zich, die haar en haarkind scheen te willen steunen ten koste van Willem enMaria. In het gevoel zijner machteloosheid om aller eischente bevredigen, ontviel den nieuwen koning dan ook reedsweinige maanden na zijne kroning de verzuchting: „Ik zie„wel, dat dit volk niet voor mij en ik niet voor dit volk„gemaakt ben." Een vreemdeling bleef hij zich gevoelente midden zijner onderdanen en met verterend heimweeverlangde hij terug naar zijne Geldersche bosschen, naarzijne Hollandsche weiden, naar zijn voorvaderlijk kasteelte 's-Gravenhage.