Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
234
Einzelbild herunterladen
 

234

MARIA VAN ENGELAND.

het Protestantisme had eene we! verzekerde toekomst.

Maar van oude tijden, schrijft Macauiay, is de geschie-denis van iederen volksbevrijder geiijk aan die van Mozes;aitijd op nieuw zijn triomfzangen ais die aan den oeverder Roode Zee maar ai te snei verwisseid in murmuree-ringen ais die aan de wateren te Meriba. Ook Wiiiem IIIheeft het ondervonden. Tusschen hem en het voik, dat hijhad verlost, wilde geene ware sympathie ontstaan. Degeestdrift, waarmede hij in den Kersttijd van 1688 metgejuich was ingehaaid, was reeds in het einde van Februarivan het voigend jaar aanmerkeiijk bekoeid. Nu het gevaarvoorbij was, herieefde de oude verdeeidheid tusschenen Zbr/ks. Beiden de geesteiijkheid en het ieger warenontevreden: het ieger om de roemlooze roi, die het in dejongste revoiutie had moeten speien, om den hoogen rang,dien Wiiiem enkeien zijner oude getrouwen in zijne ge-lederen toekende; de geesteiijkheid der angiicaansche Kerkom de siecht verborgen moeite, waarmede de Koning zichvoegde naar eenen ritus, die hem, den strengen Calvinist,wei niet zondig en verkeerd, maar toch kinderachtig ennoodeioos omsiachtig toescheen. Wiiiems geslotenheid, zijnstugge, stuursche aard, waren karaktertrekken, die denEngeischen edelheden zijner hofhouding onaangenaam aan-deden, en wantrouwend en naijverig zagen zij hem zijneniiefsten omgang zoeken met zijne oude Hoiiandsche vriendenen wapenbroeders. Het voik miste den gians van hetvroegere hofleven. Whitehaii, het oude paieis der Stuarts,het tooneei van kwistige pracht, van schitterende feesten,