MARIA VAN ENGELAND.
233
strijd was met haar gevoei, overdreef Maria; zij toonde bijharen intocht eene iuchthartige blijdschap, die niet natuurlijkwas en ergernis gaf. „Het was niet in mijn hart; maar ik„heb mijn best gedaan," zeide zij later eens.
Nog voor hare komst te Londen was de vraag beslist,hoe de ledige troon zoude worden vervuld. Aan eenen derinvloedrijkste leden van het Parlement had Maria schriftelijkherhaald, wat zij mondeling aan Willem had verklaard. Zijwilde geene kroon dragen, als hij haar onderdaan moest zijn ;de zwaarste beleediging, die men haar kon aandoen, washaar als zijne mededingster voor te stellen. Het Parlementgehoorzaamde aan haren wil en droeg de kroon van Enge-land op aan Willem en Maria als regeerende Koning enKoningin. Dat koningsschap van Engeland heeft Willem IIIin staat gesteld aan zijne grootsche roeping ten volle tevoldoen. Het doel, waarvoor hij van zijne jeugd had geleefd,kwam hiermede binnen zijn bereik; als Koning van Engelandvermocht hij uit te richten, wat hij als Kapitein-Generaalder Geünieerde Provinciën tevergeefs had beproefd. Wat hijhad gehoopt en begeerd, ging thans in vervulling: Enge-land bleef voor het Protestantisme behouden en werd vooreen bondgenootschap met Holland tegen Frankrijk ge-wonnen. Aan den Europeeschen oorlog, die reeds wasontbrand, nam Engeland van stonde aan deel nevens deRepubliek, en het gevolg was, acht jaren later, de vredevan Rijswijk, waarbij Frankrijk veel terug gaf van wat hetin i6y8 en daarna zich had toegeëigend. Met de roomsch-katholieke wereldmonarchie was het voor goed uit;