228
MARIA VAN ENGELAND.
„dag zee moest kiezen. Ik nam er aan deel en toen de„dienst was aigeloopen, beklom ik, om nog eenen Mik op„de vloot te werpen, den toren; maar hoewel die gig„treden hoog was, kon men reeds niets meer zien dan de„toppen der masten."
Ditmaal beloofde 's prinsen uitreis voorspoedig te zullenzijn; de wind bleef gunstig en de vloot was weldra involle zee; maar juist daardoor verliep er geruime tijd,eer de prinses bericht van haren gemaal ontving, en zelfswas reeds lang bij geruchte, allereerst onder de Joden, debehouden landing van den prins bekend, voor zijn eerstebrief haar in handen kwam. Maar die eerste brief melddereeds dadelijk goede tijding, berichtte van wonderbaar ge-lukkig slagen. „De hand Gods is blijkbaar in alles", schrijftMaria in haar dagboek; en weinig tijds daarna, den go"'^December, kwam het bericht, hoe koning Jacobus wasaangehouden, maar ontvlucht naar Frankrijk, waarheenzijn vrouw en zoon hem reeds waren voorgegaan. Tegelijkertijd riep Willem zijne gemalin tot zich, naarLonden.
De tijd van scheiding was Maria intusschen zwaar ge-vallen. „Behalve de zorg voor 's prinsen dierbaar leven„in het bijzonder," schrijft zij, *) „en die voor de geheele„zaak in het algemeen, had ik nog menige onrust boven-dien. De Franschen bedreigden ons in Holland en de„prins van Waldeck vertrok naar het leger. De heer
') Dr. R. Doebner. Memoirs of Mary, Queen of England pag. 6.