MARIA VAN ENGELAND. 22C)
„Dijckvelt werd door de Staten naar Engeland afgevaardigd,„zoodat ik niemand had, op wiens raad ik mij kon ver-baten, en weinig gewend aan zaken doen, afs ik was,„bracht mij dit in geene kieine verlegenheid. Dan kwam„men met allerlei akelige verhalen tot mij, en uit overmaat„van zorg voor mijne veiligheid deden de menschen alles,„wat zij konden, om mij angstig te maken en geloof te„doen slaan aan de vreemde plannen en samenzweringen„tegen mijn persoon; maar de Heer zij gedankt, ik stelde„al mijn vertrouwen op Hem, en voor mij zelve was ik„niet bevreesd, doch wel voor den prins, want men zeide„mij, dat een apotheker uit Parijs op zich had genomen„hem te vergiftigen. Daardoor werd ik werkelijk ver-schrikt; maar als bij toeval viel mijn oog op den„psalm en daarin vond ik grooten troost .... En in-„tusschen was ik vervuld met mijne aanstaande reis en„was ik ternedergeslagen door het vooruitzicht eene plek„te moeten verlaten, die ik om goede redenen zeer lief„had gekregen; maar wetende, dat ik mij in alles te onder-werpen had aan de schikkingen van mijnen God, zette ik„mij zelve tot gebed en meditatie om mij te heiligen tot„den tocht; en toen ik uit een schrijven van den prins„vernam, dat hij er in bewilligd had de regeering op zich„te nemen tot uitspraak was gedaan door de Conventie"(de raadsvergadering, die beroepen was om te beslissenover de vervulling van den sedert de vlucht van koningJacobus opengevallen troon), „prees ik God, omdat Hij zulk„eenen grooten omkeer van dingen had doen plaats grijpen