Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
227
Einzelbild herunterladen
 

MARIA VAN ENGELAND.

227

gescheiden is. Toch prijs ik den Heer, dat ik het denpsalmist kan nazeggen: /ocw 3333/73C zfc/3 W7*-

773g733jg'RM/^3g'3:fe73 &7373C73 773 773yj 7l!^g73 MWg VC7^7*OCS?373g'g73

7733/'73g S3g/g Rg7*^W3^A"

Zij verkeerde nu in groote onrust: zoude het haar mo-gelijk zijn den prins nog te ontmoeten, eer hij opnieuw inzee stak?Ik vreesde van neen," schrijft zij,want dewind stond nu zeer gunstig en ik wist, dat hij tijd nochgelegenheid verzuimen mocht uit liefde voor mij. Maarin den avond van den November kreeg ik toch

eenen brief, waarin hij mij verzocht den volgenden dagnaar den Briel te gaan .... en toen ik er den 10''^" aan-kwam, had de prins de goedheid daar tot mij te komen,al was het maar voor een paar uren, want zijne tegen-woordigheid was te Hellevoetsluis dringend vereischt.Toen hij mij verlaten moest, viel die tweede scheidingmij nog smartelijker dan de eerste; het was, alsof mijhet hart uit den boezem werd gescheurd. Ik vergoot welniet zooveel tranen, maar het was toch erger. Beweging-loos bleef ik zitten in de kamer, waar hij afscheid vanmij had genomen. Na dus ongeveer anderhalf uur alleente zijn gebleven, ontsloot ik eindelijk de deur van hetvertrek en vernemende, dat er in de kerk gepreekt werd,begaf ik mij daarheen, als naar de plaats, die voor mijde aangewezene was in mijne omstandigheden.

Den volgenden morgen kon ik nog niet vertrekken;ik moest wachten op den vloed. Om tien ure warenopenbare bidstonden uitgeschreven, daar de prins dien