Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
224
Einzelbild herunterladen
 

224

MAR!A VAN ENGELAND.

beschikkingen gedurende zijne afwezigheid besproken, haarde personen genoemd, met wie zij in alles kon te rade gaan.„Den 26ste" October, den avond van den dag vóór 's prinsen„vertrek," verhaalt Maria in hare gedenkschriften, „zeide hij„mij, dat ik in alle moeielijkheden, waarin ik mocht komen,„moest overleggen met den prins van Waldeck, met den„raadpensionaris Fagel, en met den Heer Dijckvelt, wien ik„in alle opzichten mijn vertrouwen kon schenken. Daarop„zeide hij ook nog, dat, in geval het Gods wil was, dat ik„hem niet terug zag (en die woorden sneden mij door de„ziel en veroorzaakten mij eene huivering, die ik nog voel,„terwijl ik dit schrijf), in dat geval zeide hij, is het nood-„zakelijk, dat gij hertrouwt. Terwijl het eerste mij reeds zoo„wreed getroffen had, werd ik door het overige zoo verrast„en zoo ontsteld, dat het mij was, alsof mij het harte brak.

„Het is niet noodig, ging hij voort, u er aan te herinneren,„dat het niet met een papist mag zijn. Zelf kon hij dit niet„uitspreken zonder tranen, en gedurende geheel dit onder-houd betoonde hij mij zooveel teederheid als ik kon wenschen„en als ik van mijn leven niet zal vergeten. Maar ik was„zoo ontzet over wat hij gezegd had, dat ik in het eerst„niet antwoorden kon. Hij betuigde mij, dat alleen zijne zorg„voor de belangen van onzen godsdienst hem zoo deed„spreken. Ik herinner mij niet goed alles meer, wat hij zeide;„de verwarring, waarin ik mij bevond, maakte, dat ik ook„verward antwoordde; maar ik verzekerde hem toch, dat ik„nooit iemand anders had liefgehad dan hem alleen en ook„nooit iemand anders zoude kunnen liefhebben. Bovendien,