MARIA VAN ENGELAND. 207
weinige jaren teruggevonden in de archieven van hetgrafeiijk Huis van Bentinck en in die van Hannover. Doorde uitgave dezer merkwaardige bescheiden, wei niet in hetoorspronkelijke handschrift maar toch in eene copie, wierauthenticiteit niet in twijfel wordt getrokken, alsmede doormiddel van de door Sir John Dalrymple, in een aanhangselzijner AAwM/rs o/* Trc/aMif gepubliceerde
brieven van Maria aan haren gemaal, is het mogelijk ge-worden het openbaar en inwendig geestelijk leven dervorstin als op den voet te volgen; kunnen wij medevoelen,wat het voor haar is geweest, toen zij, de vrome, kinderlijkeenvoudige vrouw, geroepen werd haren eigen vader teverdringen van diens troon; nog bij diens leven zich dekroon op het hoofd te drukken; als koningin te heerschennaast haren echtgenoot, terwijl koning Jacobus zijne laatstedagen sleet in een leven van troostelooze ballingschap. Inhoofdzaak betreffen Maria's aanteekeningen haar gemoeds-leven, haren verborgen omgang met God en de gebeur-tenissen, die hierop ten goede of ten kwade hebben ge-werkt. Maar daarnaast is het de echtgenoot, dien God haargegeven heeft, met wien zich bij voorkeur hare gedachtenbezig houden, en ook weder niet zoozeer met diens lot-gevallen en wereldsche belangen, als met de zedelijkestrekking zijner bedoelingen en daden, met de verantwoor-ding, die hij Gode daarvan verschuldigd is en eens zalmoeten geven.
Maria bezat een kloek en helder verstand en zin voorstaatszaken, gelijk zij later, toen zij tot regeeren geroepen