Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
206
Einzelbild herunterladen
 

206

MARIA VAN ENGELAND.

lezen, waarvan zij uitermate veel hield, of wel zij liet zichvoorlezen door haren hofprediker of eene harer dames, totzelfs op de watertochtjes heel Holland door, die hare liefsteuitspanning waren. Ook van teekenen en tuinieren was zijeene groote liefhebster, maar meest wel van alle handwerken.

Zij had eenen afkeer van ledigheid en nam, als zij zichliet voorlezen, steeds eenig naaldwerk ter hand, ook ophare geliefkoosde tochten in haar jacht en zelfs in harekoets. Hare hofdames, over het algemeen goed gekozen,volgden haar voorbeeld en het werd eene mode voor dedames in hare omgeving om zich met iets bezig te houdenin plaats van ledig te zitten. De eerbied, dien zij reeds opjeugdigen leeftijd inboezemde, was zoo groot, dat als zijslechts ernstig zag bij een gezegde, dat haar mishaagde,(vooral praatjes waren haar eene ergernis) de spreker on-middellijk zweeg. Zij handhaafde in haren kleinen hofkringhaar gezag met zulk eene rustige waardigheid, dat zij ner-gens verzet vond en steeds meesteresse bleef. Toch washet haar eene wezenlijke behoefte, hare bewaard geblevencorrespondentie getuigt er van, om, met ter zijde stellingvan de étiquette van haren rang, vertrouwelijken, gemeen-zamen omgang te hebben met vrouwen van geest enbeschaving.

Reeds vroeg maakte zij zich de gewoonte eigen, die haargedurende haar gansche leven bij bleef, om korte aanteeke-ningen te maken van wat zij doorleefde en die dan, aanhet einde van het jaar, tot één geheel te vereenigen. Eendeel dier gedenkschriften is bewaard gebleven en voor