AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART. IQI
scheen Johan de Witt alvermogend, zoo al niet in degeheele Republiek, dan toch in het voornaamste derGeünieerde Gewesten. Daar wist hij het besluit door tedrijven, dat, onder den naam van bekend,
het stadhouderschap in Holland zelve alschafte en hetstadhouderschap van eenig ander gewest voor onvereenigbaarverklaarde met het Kapitein-Generaalschap der Unie, voorzoo ver Holland die cumulatie zoude kunnen beletten. Endat zij dat kon, daaraan twijfelde de machtige provincie ingeenen deele. Had men niet nog tijdens den Engelschenoorlog, toen de krijgszuchtige bisschop van Munster meteenen inval dreigde en zich eene sterke beweging open-baarde om den thans zestienjarigen Willem van Oranje totbevelhebber der ruiterij voor éénen veldtocht te benoemen,die poging gemakkelijk weten te verijdelen?
Voor de Oranje-partij scheen geen enkel uitzicht opente blijven. Teleurgesteld maar toch niet ontmoedigd trokAmalia zich terug, toch nog altijd door haar vorstelijkoptreden ontzag afdwingend van wie in hare afzonderingtot haar werd toegelaten. Des winters bewoonde zij hetzoogenaamde OiRtk' /Vo/ in het Noordeinde; des zomersvertoefde zij afwisselend in het Huis ten Bosch of op hetkasteel harer heerlijkheid te Turnhout. Doch hoe zij vroegerpracht en weelde mocht hebben bemind, dat zij ook thansop grooten voet bleef leven was meest staatkundige be-rekening. Nu Holland het geslacht van Oranje verstiet, achttezij het meer dan ooit noodig om ook door uiterlijk vertoonte doen blijken, op hoe hoogen rang dat geslacht kon