182 AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.
allen van zich vervreemdde, wist zij met de leiders vanhet machtige Holland op redelijken voet te blijven. Wathet haar kostte bleek in sommige oogenblikken. Toen in1654 de tw? scr/Msz'c haar alle hoop scheen te ontnemen,beduidde Johan de Witt haar, dat het zóó goed was, door's lands belang gebiedend geëischt. Hare oprechtheid dwonghaar toen tegenover den grooten staatsman de verklaringaf: „dat sy soo goede patriotte was, dat zij moest bekennen,„in cas sy in de vergadering van H. E. G. M. stem had,„dat sy sells niet anders soude hebben geadviseerd als bij„H. E. G. M. was geresolveerd." Zelfs deed zij de Statenmet het sluiten van den vrede gelukwenschen; maar meteene zware ziekte betaalde zij den dwang, dien zij zichaandeed.
Zij won er mede, dat Johan de Witt haar door Hollandsmachtigen invloed steunde bij haar pogingen om LodewijkXIV te bewegen tot teruggave van het wederrechtelijk inbeslag genomen prinsdom Oranje. De herwinning van datbezit, door Maria Stuart zoo roekeloos verspeeld, was voorAmalia van Solms eene levensvraag. Immers aan het bezitvan dat kleine vorstendom in het zuiden van Frankrijk,beoosten de Rhöne, waar de prinsen van Oranje souvereinwaren, souverein „bij de gratie Gods", dankten zij die„eminente positie", die hun gezag in de Republiek reedsmeermalen had gedragen en gesteund, tot hoeveel wangunsten naijver diezelfde souvereiniteit ook dikwijls aanleidinggeven mocht. Amalia had haren trouwen ConstantijnHuyghens naar Parijs gezonden om over de restitutie van