AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART. 177
de machtige CromweH zich vinden liet voor den vrede, dieeen eind moest maken aan den rampzaligen eerstenEngelschen oorlog, die 's lands krachten verteerde en deStatenpartij bedreigde, omdat het volk in zijne ellende enkelvan de verheffing van eenen Oranje heil verwachtte enmet bitteren weemoed achterwaarts zag naar het tijdperkvan Maurits en Frederik Hendrik, dat door zooveel roemen welvaart gekenmerkt was geweest.
Doch die opwellingen van Oranjegezindheid bleven meesttot de volksklasse bepaald, want voor hooger geplaatstenwas aanhankelijkheid aan den laatsten spruit van het door-luchtige geslacht reden genoeg om buiten de regeeringgesloten te worden en om bij het vergeven van ambten teworden voorbij gegaan. Maar terwijl de anti-stadhouderlijkepartij dagelijks won aan kracht en de kring der getrouwenaan het oude Huis dagelijks inkromp, terwijl de ganschetoekomst van haar kind op het spel stond, scheen MariaStuart zich ten doel te hebben gesteld om door haretartende houding de Staten te verbitteren en de nog over-gebleven aanhangers van het Huis van Oranje van zich tevervreemden. Zij gaf zich geene de minste moeite, nochom door minzaamheid en voorkomendheid voor zich in tenemen, noch om zich de landstaal eigen te maken. GeenHollander werd tot eenige bediening bij haren zoon toe-gelaten. Zij versmaadde den titel van prinses-douairière vanOranje, door Amalia van Solms met zooveel edel zelf-gevoel gevoerd, om zich te laten noemen met den hier telande niets zeggenden, veeleer kwalijk klinkenden naam
12