i74
AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.
dreven had tot geldelijke opofferingen, die zij ais eene eere-zaak beschouwde, en waardoor van de draagkracht van defortuin der Oranje's het uiterste was gevergd. Maar sedertwas aiies veranderd. De ijzeren vuist van Cromwell hieidEngeland omvat; de hand van den verwijfden Karei IIwas te zwak om den troon van den protector omver tewerpen; uitgaven, vroeger verschoonbaar ter wiiie van deeer van het geslacht, werden onverdedigbaar, omdat zij totgeene uitkomst konden ieiden.
Maar terwijl Amalia van Solms zich geheel vereenzelvigdhad met het geslacht, welks naam zij droeg, was MariaStuart eene Engelsche koningsdochter gebleven van harten gezindheid. Opgevoed in de leer van het absolutekoningschap had zij moeten aanzien, hoe een oproerigvolk vermetel de hand durfde opheffen tot verzet tegeneenen koning bij de gratie Gods, en hoe die, in hare oogengodslasterlijke, opstand was geslaagd. Haar vader wasmartelaar geworden, hare moeder en hare broeders warenbannelingen op vreemden grond, bedelaars aan vreemdehoven. Haar wrok en haar haat tegen de denkbeelden enpersonen, die van dit alles de bewerkers waren geweest,waren te sterker, omdat zij die gedeeltelijk althans ver-bergen moest. In de Nederlanden moest zij leven onder eenvolk van burgers, republikeinen, menschen van gelijken standen van gelijke denkwijze als zij, die ginds in Engeland overharen vader hadden gezegevierd. Te trotsch om te klagen,behandelde zij desniettemin alle Hollanders, die „Cromwel-„lianen" zooals zij ze noemde, met kwetsende minachting.