172 AMALtA VAN SOLMS EN MARIA STUART.
geweld ontnomen, zoude aan den geliefden broeder wordenhergeven: het gevallen geslacht der Stuarts zoude in eereworden hersteld door den echtgenoot, dien zij geëerd hadmet hare hand: zij zelve zoude niet langer de gade vander Staten ambtenaar zijn — — — maar nog slechtsweinige maanden en de drie-en-twintigjarige levenslustigejonge man, die nog zooveel scheen te beloven en van wienzoo veel werd gehoopt, was stervende.
Acht dagen later bracht Maria Stuart eenen zoon terwereld in een met somber rouwfloers behangen kamer,waar het daglicht zorgvuldig buiten gesloten werd, terwijlook de wieg, waar in de jonggeborene werd nedergelegd,geheel met zwart laken was bekleed. De eerste dagen waszij met haar kind den dood nabij, geheel gebroken en ternedergeslagen door den rouw om haren echtgenoot, diezich in hare gedachten vereenzelvigde met den rouw,welken zij reeds droeg om haren vader, die in Januarivan datzelfde jaar onder beulshanden het leven gelatenhad op het schavot. Dat de herinnering aan het laatstge-noemde leed ten slotte de overheerschende was, bleek aldadelijk uit den naam, dien zij haar kind wilde geven: hetmoest Karei, niet Willem heeten, besliste zij.
Met ontzetting kreeg Amalia van Solms kennis van ditbesluit. Hoe kon een Karei van Oranje de erfgenaam derhistorische traditiën en der volksgehechtheid zijn! Hoewerd met dit verzaken van den ouden, roemrijken naamde toekomst van den eenigen mannelijken afstammeling desZwijgers in de waagschaal gesteld! Hoe onzeker was die