Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
164
Einzelbild herunterladen
 

164 AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.

a] had haar onvoorzichtig aanvaarden van persoonlijk voor-deel bij het sluiten van dat verdrag haar onder verdenkinggebracht van daartoe uit eigenbaat te hebben medegewerkt.

Het was waar : door dien vrede werd de jonge Willem 11èn als militair èn als politiek persoon verlamd en machteloosgemaakt. Hij werd er door veroordeeld tot de ondergeschikterol van stadhouder van vijf gewesten, wiens rechten enbevoegdheden zeer onbepaald en dus voor krenking zeervatbaar waren. Hij was de eerste van zijn Huis, die zichde gelegenheid ontnomen zag om door de lauweren vanden krijg zijn aanzien te vergrooten, zijnen invloed onmis-baar, zijn overwicht beslissend te doen zijn. De vrededoemde hem tot eene afhankelijke plaats, waar hij deeerste voor zich eischte, hij, de hoogbegaafde, eerzuchtigejonge man, die, schrander en kundig, vijf talen machtig,bekend met staatszaken en krijgskunde, al de traditiën enambitiën van een heldengeslacht in zich vereenigde. Toteiken prijs wilde hij den oorlog met Spanje dan ookhebben voortgezet, blind voor het feit, dat Frederik Hendrikden degen in de scheede had doen steken, het feit namelijk datiedere nieuwe vernedering van den afgestreden SpanjaardFrankrijks overmacht op bedenkelijke wijze vermeerderde endezen staat als nabuur gevaarlijk maakte voor de Republiek.

Reeds dadelijk na Willems aanvaarden van zijn ambtbrak verdeeldheid uit tusschen den stadhouder en deStaten van Holland. In die vergadering was reeds tijdenshet bewind van Frederik Hendrik de geest van Olden-barnevelt herleefd. Men had den grijzen staatsman het