Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
158
Einzelbild herunterladen
 

158

AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.

stuurde als het ware het penseel der daarvoor werkzamekunstenaars. Toch ging niet slechts het hoofddenkbeeld maarmenige ondergeschikte bijzonderheid van de prinses zelveuit. Het lag niet in haren aard gedwee aan den leibandvan anderen te loopen, vooral, waar het gold eene zaak,die haar de innigste belangstelling inboezemde. In menigopzicht draagt de zaal dan ook den stempel van harezienswijze en van haar karakter. Zoo heeft zij daarin vooralwillen doen uitkomen, dat Nederland aan den heldendegenvan Frederik Hendrik den vrede van Munster verschuldigdwas. Zij begreep reeds spoedig, ziende welken keer dedingen namen onder het bestuur van haren zoon, dat hetbij toeneming noodzakelijk was den tijdgenoot er aan teherinneren, dat ook Frederik Hendrik in zijne laatstelevensdagen dien vrede, die door de massa des volks alseen onschatbare weldaad werd beschouwd, had gewild. Vandaar het schilderwerk op de deuren der zaal. Pallas enHercules rukken die deuren open, opdat de uit den hemelnederdalende vredemaagd kan binnen treden. Vandaar datop het groote schilderstuk van Jordaens, boven het beeldvan den zegepralenden Frederik Hendrik, zich diezelfdevredemaagd vertoont en daarnaast door lachende engeleneene gedenkrol wordt ontvouwd met liet opschrift:

cwwas u'g (de schoonste aller

overwinningen is die, waardoor de vrede gewonnen wordt);of gelijk Joost van den Vondel den held laat spreken: