AMALIA VAN SOLMS EN MAR]A STUART.
157
welijks eene maand na Frederik Hendriks dood werd daar-mede een begin gemaakt door de aanbesteding van denbouw van den koepel boven die zaal. De zaal zelf heeftden vorm van een Grieksch kruis met korte armen, waar-van de vier hoeken in doorsnee gebroken zijn, zoodat dewanden zestien vakken, vier groote aan de uiteinden derarmen, en twaalf kleinere daartusschen ter versiering aan-boden. Van deze paneelen zijn de kleinere allen geheelmet symbolische voorstellingen bedekt; van de vier grootewandvlakken zijn er drie doorbroken met deuren en ven-sters alle omlijst door eene ongeëvenaarde weelde vanallegorische attributen en kleurrijke ornamentvormen, terwijlhet vierde groote vak geheel wordt ingenomen door hetmeesterstuk van Jordaens: den triomftocht van FrederikHendrik.
Trouwe raadslieden en uitnemende kunstenaars stondender prinses bij deze onderneming terzijde. Constantijn Huyg-hens, 's prinsen vurige vereerder, was hier als altijd hare rech-terhand. Onvermoeid was hij behulpzaam bij het schetsen dermythologische attributen, het rangschikken der figuren, hetopsporen van genealogische en heraldische bijzonderheden,het uitdenken der Latijnsche opschriften, „die de stomme„beelden moesten doen spreken." De naam van Jacob vanCampen is even onafscheidelijk van Amalia's stichting inhet Haagsche Bosch als van het Amsterdamsche Raadhuis,dat nagenoeg gelijktijdig onder zijne leiding verrees. Naarzijne plannen en voorschriften werd de zaal ingericht enhet schilderwerk, dat haar opluistert, volvoerd. Hij be-