Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
144
Einzelbild herunterladen
 

144

AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.

houden van hetgeen er in het ieger voorviel en van aiwat den geiieiden veldheer betrof. De taak was niet ge-makkeiijk. Met koortsachtig ongeduld zag Amalia steedsnaar tijding uit. Bleef zij een paar dagen zonder brievenvan Huyghens, waren deze bijvoorbeeld door den vijandonderschept, zoo volgde dadelijk eene dringende aanmaningtot schrijven. Het ongeduld der vorstin ontsproot in hoofd-zaak uit bezorgdheid voor den gemaal, wiens leven voort-durend bedreigd werd en die geenszins onafgebroken eenegoede gezondheid genoot. Maar zij gloeide te zeer vaneerzucht, om niet tegelijkertijd innig belang te stellen inden loop der krijgsverrichtingen, in het uitzicht op denval eener belegerde vesting, in de kans op nieuwe ver-overingen, vooral op de verwezenlijking van harenschoonsten droom: het bezit van Antwerpen.

Huyghens voldeed trouw aan haar verlangen. Zijn ijver omzijne meesteres op de hoogte te houden was zoo groot, dat hijhaar soms in den laten nacht, na eenen vermoeienden rit tepaard van een aantal uren, in de eene of andere boerenhut eenenlangen brief schreef. Toen na eenigejaren de jeugdige prinsWillem in het leger verscheen, verzuimde hij niet het moeder-hart te streelen door telkens uit te weiden over den gunstigenindruk, dien de levendige, krijgshaftige jongeling maakte.Amalia was Huyghens dankbaar voor wat hij deed; maar zijliet toch wel eens al te zeer blijken, dat eene hooggevier-de vorstin hare eigenaardige opvattingen heeft. Eens lietzij den geheimschrijver weten, dat zij van hem geenebrieven anders dan in den door de hofetiquette geëischten