AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART. 141
Zij schijnt enkei haren achttien jaren ouderen gemaal,wien zij oprecht genegen was en dien de lasten des ouder-doms reeds zwaar begonnen te drukken, den arbeid tehebben vergemakkelijkt en ook niets meer te hebben be-doeld dan dit, al vond haar zin voor politiek daarbij grootevoldoening. Maar over het algemeen koesterde men eenenhoogen dunk van hare beteekenis en van haren invloed;van alle zijden werd zij daarom eerbiedig gehuldigd. Bijnaalle vorsten, de compagnieën, de steden en gewestenzonden haar geschenken, die openlijk en met gratie aanvaardwerden. Zoo verwierf zij eene overdadige hoeveelheid vangouden kostbaarheden, meubelen, Chineesch lakwerk, por-selein, voorwerpen van amber, agaat, kostbare steenen,paarlen en diamanten. Zij ontving die geschenken als eenehulde en beschouwde het aanbieden daarvan allerminst alseene poging tot omkooping; zij waren dat ook niet; zulkegeschenken hadden destijds de beteekenis, die ridderordenhebben in onze dagen; zij behoorden dus tot die dingen,die men openlijk en onbevangen aanneemt, i)
Niet zonder fiere zelfgenoegzaamheid en trotsche zelfvoldoe-ning zagen de regenten der Republiek de hoofsche vormen envermaken van het buitenland overgeplaatst naar het Binnenhofen de afgezanten van vreemde hoven antichambreerendbij den stadhouder, hunnen dienaar. Met haren echtgenootgenoot Amalia van Solms daarom, althans in de eerste
') T. J. Geest. Amalia van Solms en de Nederlandschepolitiek van 1625—1648. pag. 9.