Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
132
Einzelbild herunterladen
 

132

AMALIA VAN SOLMS EN MARIA STUART.

zooals Vondel haar later toezong, toen keurvorst Frederikvan de Palts, niet tevreden met zijn vorstendom en hetbezit van het schoone Heidelberg, zich te kwader ure tothet aannemen der Boheemsche koningskroon verleiden liet.Amalia van Solms was tegenwoordig, toen hare meesteres,nevens haren gemaal, te Praag plechtig werd gekroond;maar zij bleef haar ook onafscheidelijk nabij, toen de nederlaagop den Witten Berg, in November 1620, den keurvorst depas verworven koningskroon weder van het hoofd deedvallen en hem tevens het uitzicht op het ongestoorde bezitzijner erflanden aan den Rijn voor altijd ontnam. Koningen koningin zagen zich gedwongen tot eene overhaastevlucht. Van enkele getrouwen vergezeld, zwierven zij opdikbesneeuwde wegen door Duitschland rond, terwijl dekeizer met den rijksban dreigde, zoodat bevriende maarvreesachtige Duitsche vorsten Elisabeth de schuilplaatsweigerden, welke deze, die juist in die dagen moederhoopte te worden, zoo dringend behoefde. In al die ellende,ook toen de koningin te Küstrin, in eene haar ter nauwer-nood ingeruimde kamer, waar zij aan het volstrekt noodigegebrek leed, van eenen zoon beviel, bleef Amalia haartrouw en volgde haar eindelijk naar 's-Gravenhage, waarhet ongelukkige, overal elders verstooten koningspaar bijzijnen oom Maurits en de Staten genoegzame ondersteuningvond om zijne vorstelijke waardigheid op bescheiden voette kunnen ophouden. Ook hier, in het vreemde land, verlietAmalia de vorstin niet, al was de druk der afhankelijkheideener hofdame voor haar dubbel zwaar, verbonden als zij