Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
125
Einzelbild herunterladen
 

LOUISE DE COLIGNY.

135

woedde de onderlinge verdeeldheid zoo fei als ooit enbijna radeloos zag de prinses van Oranje het aan, hoe deverbittering steeg; hoe Maurits krachtens zijn stadhouderlijkrecht de waardgelders afdankte, in vele plaatsen de regee-ring verzette, ja Oldenbarnevelt zelven in staat van be-schuldiging stellen deed; hoe Uytenbogaerdt uit den landevluchtte, en anderen verbannen werden; hoe de Contra-Remonstranten van de verdrukten, die zij geweest waren,de verdrukkers werden; hoe vrouwen zelfs om den geloovebloedig werden vervolgd; en hoe reeds aan den gezicht-einder het schavot verrees van den man:wiens qualiteitenende diensten, eertijds gedaen, wel in consideratie behoor-den te komen." Uw Koninkrijk

kome! dat was het devies, dat Louise zich reeds in harejeugd gekozen had, en dat ook om vele harer portretten staatgegraveerd. Maar die bede des gelools werd thans bijna eenebede der vertwijfeling. Wat was dat koninkrijk van vrede enliefde ver! Ook haar beefde de eeuwenoude klacht op delippen: OrA, Cy' ew /

Het proces tegen Oldenbarnevelt eindigde, zooals tevoorzien was geweest, met schuldigverklaring, met eeneveroordeeling ten doode. De veroordeeling was gewettigd,in 'slands belang noodzakelijk; maar moest het vonnisworden voltrokken? Als stadhouder had Maurits recht vangratie, en hij zelf wenschte die te verleenen, mits er voorafbelijdenis werd gedaan van schuld, i) Tevergeefs echter

') C. M. v. d. Kemp. Maurits van Nassau. Deel IV pag. 135.