9 °
LOUISE DE COLIGNY.
op onderstand „in den nood, die niet alleen blijft aanhouden,„maar toeneemt," zooals zij schrijft.
Zij had intusschen reeds spoedig Delft verlaten. „Ik kon„niet blijven in die plaats, waar ik mijn onherstelbaar verlies„geleden heb," schreef zij aan graaf Jan van Nassau;„want al neem ik mijn leed overal met mij, en al kan ver-andering van woonplaats daar niet afdoen, die stad wil„ik mijden zooveel ik kan." Eerst begaf zij zich naar Leidenen vervolgens naar Zeeland, waar zij in de daar gevestigdekolonie van Fransche uitgewekenen eenen kring van land-genooten en geestverwanten wedervond. Daar kwam zijook in eene innige vriendschapsbetrekking tot den be-roemden krijgsman en dichter Philip Sidney, destijds voorkoningin Elisabeth van Engeland gouverneur der aan dezeverpande stad Vlissingen; en „achtte zich gelukkig in zijne„vertroostingen, die haar leerden," gelijk zij na Sidney'sontijdigen dood op het slagveld bij Warnsveld aan dengraaf van Leicester schreef, „haar leed geduldig te ver-dragen na het rampzalig onheil, dat God dezen landen„heeft opgeleid! *) Zeven jaren bracht de prinses op Wal-cheren door, steeds gedrukt door zwaren geldelijken nood,maar niettemin onverpoosd met lust en ijver zich wijdendeaan de opvoeding van haren zoon en aan die van hare stief-dochters. Met gespannen aandacht volgde zij in die jarenhet beloop van den bijna hopeloozen strijd met Spanje,
*) Dr. A. S. Kok. Sir Philip Sidney. Onze Eeuw 1910. 11 .
Pag- 257.