Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
31
Einzelbild herunterladen
 

JULIANA VAN STOLBERG.

31

Potentaet der potentaeten alsulcken vasten verbond hebbengemaeckt, dat [wij geheel verzekert zijn, dat wij en alledegene, die vastelijck daerop betrouwen, door Sijne ge-weldige en magtige hand ten lesten nog ontzet sullenworden, spijt alle Sijne ende onze vijanden; sonder nog-tans, dat wij middelertijd eenige andere middelen, die onsde Heer der Heirscharen toegeschickt heeft, hebben, ofalsnog willen laten voorbijgaen."

En nog eens heeft de gravin hare waarschuwing aanharen zoon herhaald, om toch geenen vrede te koopen dooriets, wat ook, prijs te geven van het beginsel waarvoorhij streed, het beginselvan de liberteyt van de consciëntie".De wonderbare wending der dingen na Requesens' dood,toen de muitende Spanjaards vele steden onbezet lieten enelders door hunne buitensporigheden de roomsch geblevenZuidelijke Provinciën drongen tot aansluiting met de Noorde-lijke Gewesten tot uitdrijving van het vreemde krijgsvolk,deed den nieuwen Spaanschen landvoogd, don Jan vanOostenrijk, met nog meerder klem de reeds door don Louisde Requesens aangeboden vredesvoorwaarden herhalen.Maar Juliana schenen die onderhandelingen onbetrouwbaartoe, en in April 1577 schreef zij den Prins:ik verlangvan harte naar tijding, hoe het mijn Heer in al zijnemoeiten gaat; want, oppervlakkig gezien, schijnt het mijtoe, dat de thans aangeboden vrede ziel en geweten ingevaar brengt; dat Satan zich in een schaapsvel kleedten weldra een grijpende wolf zal blijken, waardoor velevrome Christenen in nood en lijden zullen komen. Maar