JULIANA VAN STOLBERG.
29
kracht om staande te blijven in den ongelijken strijd, hij,de eenzame, alleenstaande strijder voor een denkbeeid, datzijn tijd nog niet vatten kon, dat zelfs door zijnen trouwenMarnix van Sint-Aldegonde niet ten volle werd begrepen,voor een beginsel, waarom hij werd gedwarsboomd en ver-ketterd door een groot deel der Calvinistische predikanten,wien het eene ergernis was, dat hij vrijheid van godsdiensten geweten ook den Lutherschen, den Doopsgezinden, denJoden en niet minder den Roomsch-Katholieken gewaar-borgd wilde zien? De stem der moedeloozen en van hen,die minder om godsdienstige dan wel om staatkundigeredenen, voor de handhaving van 's lands oude rechtenen privilegiën naar de wapenen gegrepen hadden, riepsteeds luider om vrede tot eiken prijs, en op hulp vanbuiten was niet te rekenen. De Prins stond alleen, zondergeld, zonder hulpbronnen of vaste inkomsten, met bandelooskrijgsvolk, met kleinmoedige, dikwijls lastige vrienden, metbondgenooten, wier trouw hem verdacht moest zijn.
Onder dien druk stortte hij zijn hart uit voor zijnemoeder; en hoe Juliana ook mocht verlangen naar eenenvrede, die hare overgeblevene kinderen, thans allen verrevan haar verspreid, weder tot haar voeren kon, zij vergatalle eigen leed en begeerten, om haren zoon te beter tebemoedigen en op te wekken voort te gaan op den inge-slagen weg. „Uit mijns Heeren schrijven van den„dezer maand," schreef zij den Prins den 22^" Oct. 1575,„heb ik met veel medelijden begrepen, dat de vijand mijnen„Heer en de zijnen weder sterk bespringt, twee kleine