22
JULIANA VAN STOLBERG.
„hertog van Alva gevaHen is. De Heer ieide aiies tot eer„van Zijnen heiligen Naam." Maar die berusting was aller-minst eene lijdelijke; in dat zelfde schrijven roept hij graafJan op tot eene vernieuwde inspanning van krachten, enin stede van naar Dillenburg terug te keeren om er, totbeter tijden mochten dagen, zijn leven en zijn persoon inveiligheid te brengen, meldt hij zijnen broeder, „dat hij„besloten is met Gods hulp zich in Holland of Zeeland„terug te trekken en daar af te wachten wat het den Heer„behagen zal te doen."
II
„Ik kruip als een worm over een bevroren grond, waaruit„geen voedsel te trekken valt, en hoe lang zal dat nog„duren! Ik kan u geene enkele goede tijding melden," i)schreef Juliana aan haren broeder, den graaf van Stolberg,in dat jaar 1572, toen graaf Lodewijk na de overgave vanBergen, waar men hem met krijgseer had laten uittrekken,te Keulen doodelijk krank ter neder lag; toen graaf Jan deDuitsche hoven afreisde vragend om bijstand, die een enkelemaal onwillig en schoorvoetend werd verleend, maar meestgeweigerd, en toen Prins Willem verre van haar, als ineen laatste bolwerk, den hopeloozen strijd voortzette in dietwee gewesten Holland en Zeeland, die voorbestemd waren
*) Dr. E. Jacobs. Juliana von Stolberg, Ahnfrau des HausesNassau-Oraniën, nach ihrem Leben und geschichtlicher Be-deutung quellenmassig dargestellt, pag. 463.