Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
21
Einzelbild herunterladen
 

JULIANA VAN STOLBERG.

21

Franschen hulptroepen den weg naar het hart van Brabantopenhield.

Doch weinig tijds later kwam te Bergen niet de Colignymet zijn krijgshaftig gevolg, maar de verpletterende tijdingvan den Sint-Bartholomeusnacht, van den dood van denadmiraal, van den moord van den protestantschen adel, enverschenen voor de poorten van Bergen de voorposten vanAlva's leger, dat de stad weldra ingesloten had. De hoop opeen machtig bondgenootschap ging op in rook, de samen-stemming van Frankrijks politiek met die der Nederlandensloeg om in geduchte vijandschap. Het belegerde Bergenwerd niet ontzet, hoezeer Prins Willem het onmogelijkebeproefde om zijnen broeder te hulp te komen, maar toteene roemlooze overgave gedwongen; voor en na vielenook de andere veroverde steden in het Zuiden den vijandweder in handen. De stoutste verwachtingen waren ver-anderd in angst en vrees; het was de ondergang in plaatsvan de zege, de schipbreuk in het gezicht van de haven.

Zoo ooit, dan was thans de wanhoop natuurlijk, demoedeloosheid verschoonlijk. * Toch meldde Prins Willemzijnen broeder Jan van Nassau, zijnen vertrouwde vanjaren her, de noodlottige ontknooping met deze woorden:zie toch, hoe de kwaadwilligheid der menschen tracht teverstoren, wat God in Zijne Genade op wil bouwen. Ikvrees zeer, dat onze broeder Lodewijk in handen van den

') Archives ou correspondance de la Maison d'Orange-Nassau.t. III. pag. LXIII.