Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
16
Einzelbild herunterladen
 

i6

JULIANA VAN STOLBERG.

was tot helpen in staat? Immers niemand dan de Prinsvan Oranje.

Nauwelijks had zich de mare van zijne terugkomst teDillenburg verspreid onder de uitgewekenen in Duitschlanden onder de verdrukten in Nederland, of aller oogenrichtten zich op hem, den eenig overgeblevene van develen, die in 1566 als beschermers van 's lands vrijheidwaren opgetreden, als den man, die toen reeds inzonderheidvoor de Hollanders en Zeeuwen de hoofdpersoon bij uit-nemendheid was geweest, die hun het naaste stond als hunstadhouder, op wiens volksgezindheid zij vast vertrouwden.Hij had dat vertrouwen ook niet beschaamd, maar, toen hijin 1568 aan het hoofd van zijn leger het land binnentrok,gedaan wat hij vermocht, en zijne gebleken machteloosheidwas niet zoozeer de schuld van zijn beleid als van dezelfzucht der hoogere standen, van den landadel en vande stadsregenten, die gewacht hadden met zich bij hemaan te sluiten tot de overwinning verzekerd was. Het wasde traagheid van het Nederlandsche volk, die den Prinsgenoodzaakt had, na de mislukking van zijn stoutmoedigkrijgsplan zijn leger af te danken; trouweloos was hetvolk geweest, want van de 300.000 daalders, die men denPrins als gereed liggend geld had aangewezen, waren hemslechts 12.000 geworden. Velen erkenden dat thans metschaamte.

Helpt u zelfs, zoo helpt u Godt

Uyt der tyrannen bandt en slot,

Benaude Nederlanden!