6
JULIANA VAN STOLBERG.
hof werd ontboden en daar verder in eene streng katho-lieke omgeving zoude opgroeien. Dat hij, bij zijn nauwebetrekking tot den Keizer, die hem met gunsten overiaadde,naar het uitwendige althans, zich zoude moeten voegennaar den roomsch-katholieken eeredienst, scheen Juliana enharen gemaal onvermijdelijk; erger was het in hunne oogen,dat dit troetelkind der fortuin, bezitter van onmetelijke rijk-dommen en uitgestrekte bezittingen, te midden van hetpraalvertoon zijner eigene schitterende hofhouding, omgevendoor gezellen, niet altijd zijner waardig, schade scheen telijden aan zedelijken ernst, gevaar liep zich zelven te ver-liezen en zich zelven dan ook werkelijk langen tijd verloor.Toch werden te midden eener omgeving, die er als opberekend was alle indrukken zijner jeugd te niet te doen,deze indrukken wel tijdelijk verdonkerd, maar geenszinsuitgewischt. In zijne heeft de Prins zelf erkend,
dat hij niet van den beginne het Protestantisme wastoegedaan, als hij schrijft: dat hij wel „vanjonghsopinde(Protestantsche) religie was opghetrocken" en dat „deseleeringhe in zijn herten van doe in sulcher weghen inge-graveert en so diepe inghewortelt is geweest," maar datzij eerst ,,t' haren rechten tijd heeft begonnen hare vruchtenvoort te brengen". Het heeft nog lang geduurd eer degroote godsdienstige vraagstukken den Prins zelven totlevensvragen werden, i) Het geloof zijner ouders is eerstna folterend zieleleed, onder teleurstelling en druk zijn
') P. J. Blok. De jeugd van Prins Willem I. Je Maintiendrai.I pag. 128.