JULIANA VAN STOLBERG.
7
eigendom geworden; maar reeds in zijne dagen van voor-spoed voelde hij zich, bezield met diepen afkeer vanvervolging om den geloove, gedrongen om op te komenvoor de rechten dier wreed verketterden, tot wier geest-verwanten hij immers al de zijnen rekenen moest. Allengs,naarmate het gevaar voor de Hervormden steeg, werd debetrekking tusschen hem en zijne verwanten, die eenoogenblik zeer flauw was geweest, weder levendig, waartoeook bijdroeg, dat hij sedert den dood zijns vaders in 1559het hoofd werd van zijn geslacht, de voogd der jongerebroeders en zusters, de raadsman bij hunne verdere op-leiding, tot wien Juliana, die steeds in hem was blijvengelooven, hoe ver hij schijnbaar afdwalen mocht, met volvertrouwen opzag. Zelfs bewilligde zij er in, dat harekinderen herhaaldelijk en lang te Breda aan het hof vanden ouderen broeder vertoefden, wat zij hun zeker nietzoude hebben veroorloofd, als zij gemeend had, dat zijdaar zouden worden afgetrokken van de Luthersche leer,waarin zij ze had opgevoed. Wel beleed Prins Willem metzijne gemalin, de jonge, schoone Anna van Egmont, dochtervan graaf Maximiliaan van Buren, den roomsch-katholiekengodsdienst, maar door zijn huwelijk met deze rijke erf-dochter was hij nauw vermaagschapt met de aanzienlijksteheeren en vorsten in de Nederlanden, met Lamoraal vanEgmont, met den graaf van Hoorne, met den markies vanMontigny en andere meer, wier namen geteld wordenonder die der eerste slachtoffers van den vrijheidsoorlog;en al lag veel nog in de kiem verborgen, dat eerst