349
Baes), zij als wed. testeert talrijke malen. Uit dit huwelijk: 1 Jacobus, tr. Yda Sitters. 2
Magdalena, gest. 1727, tr. Matthys van Elten (zij test. 1692, Sept. 30, not. P. Baes). 3 Mar-gareta, geb. 1665 (test. 1694 Juni 30, P. Baes'. 4 Prijntje. (test. met zuster Anna 1692 Febr.21, Not. van Campen). 5 Marytje. 6. Anna (test. ut supra'. Illbis Isaac Snep, geb. 1646,gest. 1718, tr. 1666 Juni 13 Maria Saskers (test. 1696 Jan. 28 not. P. Gerlings), wv.: 1 Mar-gareta, geb. 1668, gest. 1709. 2 Marytje, tr. 1707 Jan Egels (huw. voorw, 1707 Dec. 12 not.
P. Gerlings). 3 Isaae, geb. 1675, tr. Ie 1706 Cornelia Slagregen; 2e 1720 Anna van Tongerlo.4 Adrianus. o Jan. 6 Magdalena. 7 Johanna.
YAM SCHRIECK. (Wapen: een zwart schuin kruis vergezeld van 4 vogels in een goudenveld; helmteeken eeu zwarte vogel en gouden vlucht). Albert van Schrieck, circa 1300 dekente Emmerik. Everhard van Schrieck legateert 1382 Nov. 30 een jaarrente uit een huis in deSteenstraat te Emmerik (Martinstift n. 225).
Engelbert, Willem en Rabod van Schrieck vermeld in de roggepachts afrekeningen vanBergh 1441. Engelbert koopt 1450 „die Poedenert" in het land van Bergh (Grem. Arch. 'sHee-renberg). Willem tot Bengel, zn. van Rabod koopt 1477 Juni 5 goederen onder Genderingen(Bergh). 1484 beleend door Bergh (Leenreg. II, 46). 1487 hulder van Geze Smullinx wed.
Cracht van Gampliuson (G. L. R. Arnhem, p. 6). 1493 Maart 9 oom van Engelbert ten Have
Berntz (Bergh), tr. Griet; zij wed. koopt rentebrief van haar dochter Henrixke van Schrieck1506 (Gem. Arch. 's Heerenberg). Ruilt 1514 Dec. 20 grond (Bergh).
Jan van Schrieck Engelberts in 1490 vermeld als voorheen eigenaar van een schaar weidete Didam, buurschap Lengel (Oork. bk. Wessel van Arnhem, fol. 21). Zijn weduwe hertr.Tauereng wv.: Johan Tauereng, ut infra. Ik vermoed, dat van hem afstammen: I Engel-
bert, die volgt. 11 Johan, die volgt. III Willem, die volgt. IV Derick, die volgt. ')
I Engelbert is broeder van Johan, hij is dood 1514 Mei 30 (Leenreg. Baer p. 70); tr.Margareta, zij is dood 1554 Dec. 22, wv.: a Gerrit 1541 Mei 30 en 1563 April 14 beleend(Baer, p. 70); comp. 1554 Dec. 22 met broeders Johan, Henrick en Arnt (Emmerik R. VI, n. 5,fol. 96, vso.) b Johan Engelberts, rent- en gasthuismeester te 's Heerenberg 1551 Nov. 6 oomvan de zusters Geirtken en Grietken en haar broeder Wilhem van Schrieck, kloosterbroeder vanBcthlehem (Emm. R. VI, n. 5, fol. 42, vso); 1554 ut supra; 1564 Nov. 9 en 1567 Juli 15 rent-en gasthuismeester te 's Heerenberg leent geld uit (Gein. Arch. 's Heerenberg); tr. Anna vanMeeckeren of Johanna van Trier ^). c Henrick comp. 1554 ut supra, woont Doetinchem (prot.1572 Jan. 18, 1573 Sept. 23, 1577 Juni 8); hij koopt koorn 1575 Juni 30 (Gerichts sign. Gende-ringen B. III. 37); tr. Geertgen Horstink; zij hertr. Hans van Holtmoeller, wv.: Luytgen van
Schrieck, die tot oom Johan en tot oudoom Johan van Schrieck, stadhouder van Bergh heeftgehad (Emm. 1590 Mei 9, R. VI, n. 6, fol. 105 en Doesb. 1603); zij tr. Roelof Spee. d EvcrtEngelberts ^) ux. Margareta leent geld uit 1548 Sept. 3 (Diiss. Hueth. n. 224). Evert als manvan Henrixken ther Lip verklaart geld schuldig te zijn 1567 Dec. 31 (Emm. R. VI, n. 6, fol. 29).
*) Door de steeds terugkeerende voornamen Johan, WiHem en Engelbert, blijft onzekerheid bestaan overde opstelling en de toeschrijving der oorkonden.
2) Hij is in het laatste geval identiek met Johan van p. 350 sub B.
3) Everts Engelberts is 1561 burger van Rees, wv.: 1 Engelbert Everts 1592, 1597 schepen Rees (StiftRees 1293), 1604 (Emm. VI, n. 6, fol. 92). 2 Aeltgen, gen. 1604. 3 Margriet, gen. 1604.