324
Uit dit huwelijk:
1. Har min a Wil hel mi na, geb. Driebergen 1839, Juni 25; gest. 1906, April?; tr. Baarn1871, Nov. 9 Geurt van Woudenberg geb. te Vuursche 1846, Nov. 3; woont 1922 Kerk-straat 149; is zoon van Geurt en Hanna Roodhart.
2. Antonetta Elumina, geb. Driebergen 1841, Jan. 6; tr. 1866, Nov. 7 Petrus Wurtz,
geb. Rotterdam 1835, Sept. 27. (1893, Mei 10 naar Baarn).
3. Henriette Geertruida, geb. Overschie 1843, Junil?(1891 naar Baarn);tr.l870,Aug. 18Arnold Dirk Holle, geb. 1845, Juni 26; gest. 1874, Dec. 8.
4. Herman us van Lennep, geb. Overschie 1845, Mei 7; gest. 1920, Juni 14; tr.Amst. 1876, Juni 29 Maria Christina van der Wusten, geb. 1844, Sept. 14; gest. 1917,Febr. 12.
Uit dit huwelijk:
41 aria Francisca Gatharina, geb. 1877, Maart 3; gest. 1879, Mei 15.
BORGMAN, BORGPEEN.
Borgleen, borgman, borggraaf. (Zie n. 993; 1084; 1619 n. 14; 1622, 37; 1623, 34; 1648,2 ; 1682 ; Dl. I n. 44\ In het Loelremarke boek staan de volgende aanteekeningen : fol. 26, 1459. Itemdie Boergreve 6 verken ende 4 verken ; utgebrant; fol. 27, 1462. Item die borgreve 2; fol. 28,1463. Item Willem van den Boesseler uytgebrant ende 4 verken op den borgreve; op een lossenota in het Waverlomark boek, door mij gedateerd op circa 1472 staat: Item int boexken steet,dat mijn heer (bedoeld is de Heer van Bcrgh) hevet 8 witlicke hoiffstede, die bebarnen de pach-ters as dair oick geteikent steet.
Toe vraegen, off die van aelten Berghs sijn, off dat sij van den huysse Diedam komensijn. Ind sijn sij van altz Berghs, soe sal men dair to hebben noch 13 witlicke hoiffsteden, diehoeren totten slaetc Diedam ind sijn mijnen overheren dair mede verkofft; ind die borchgrevenvan wegen mijns overheren van Moirse, nu Wolter van Eyll ende anderen hebben die gebruicktende bebrant. Ende sijn die 8 voirs. van den slaete voirs. ende nyet Berchs, van aelten, soesal men der noch hebben viff, dat mackt dan tsamen 13 hoiffsteden voirs., enz.
Zie over borghleenen de diss. van Jhr. Mr. W. A. Beelaerts van Blokland, de Practijk vanhet Leenrecht p. 76—79.
BETREKKINGEN MEURS—VAN LENNEP.
Zie ns. 986, 993, 995, 1026, 1032, 1035. 1050, 1084, 1085, 1619—1624.