Druckschrift 
2 (1927) (1093 - 1926)
Entstehung
Seite
316
Einzelbild herunterladen
 

316 —

(Vervolg van de generatie van p. 315).

F 1. Evert, natuurlijke zoon, erfgen. zijner grootmoeder 1540, is dood 1541.

&

"1. Gertruidt, 1577 geestelijke te Isendoorn ob. tegen 1625.

2. Adolph, beleend met den hof te Oxen, te Arnhem 1584, te Zutphen 1576 en 1608.

3. Hendrik, te Arnhem 1584.

4. Egbert, 1578/97') Secretaris van Zutphen, beleend met HaskinckteVorden, ob. fiscaal Zut-

phen 1625; tr. Ie Margrita Wessels, 2e Oatharina Elferdincl: Nanninga's dr., 3e ZutphenJuni 1603 Catharina Wessels dr. van den burgemeester van Groenlo.

— 5. Anthonia, tr. Wilhem Scholwijck Henricksz ob. 1646.

Zie verder p. 320.

') Het zegel van zijn vader Melis in het archief van het Oude en Nieuwe Gasthuis te Zutphen, zijndegedeeld; I doorsneden: a, een klimmende leeuw, b, effen; II een dwarsbalk geschakeerd in 3 horizontalerijen. 1551 Juni 4 geerfde in Yeluwe.

letterd, hetgeen blijkt uit zijn eigen getuigenverklaring, afgedrukt in de Publ. LIII, p. 60/65 aanvulling„Adriaen van den Bvlandt van landverraad verdacht" door Dr. J. S. van Veen.

Hij is waarschijnlijk van ketterij verdacht, gevangen gehouden, doch op 21 Januari 1553 door Stad-

houder Oanceler en Raden van Gelderland in zijn goede naam en faam hersteld, blijkens daarvan afgegevenverklaring (Stukken aangekocht te Oheltenham 1889, R A. Arnhem). Op 1 Maart 1553 wordt hij doorJohanna van Lennep, weduwe Willem van Muylicum, en zuster van den echten Gerrit vanLennep bij het Hof van Gelderland voor het Landschrijversambt van Veluwe en Veluwezoom, welkambt Willem van Muylicum bekleed had, voorgedragen. Deze voordracht, vermeld in den brief van hetHof aan den Stadhouder d.d. 1 Maart 1553 (No. 182) deed van Spaen onjuist concludeeren, dat dezeAnthonie een broeder van Johanna van Lennep moest zijn. Echter blijkt de onjuistheid dezerconclusie absoluut uit de aangehaalde stukken.

Mijns inziens is deze voordracht waarschijnlijk door Johanna van Muylicum geb. van Len-nep gedaan, omdat zij de inkomsten aan dit ambt verbonden abhans ten deele wenschte te behouden en

het daartoe het beste was een familielid benoemd te krijgen. Bij de van Muylicums was daarvoor naarhet schijnt geen keuze. Een van Lennep was er niet te Arnhem, tenzij dan de familie van Gerrit denbastaard. En trof het nu niet goed, dat zij in Anthonie iemand had, die de capaciteiten voor hetambt had, aan wien, na het groote leed dat hem getroffen had, wel iets goed mocht worden gemaakt endie waarschijnlijk onder de omstandigheden misschien zelfs vereerd zoude zijn de inkomsten van het ambtmet haar te verdeelen ?

Het voorstel van Johanna van Muylicum ging niet op. Het ambt moest aan een anderworden verkocht en Anthonie, die natuurlijk een vurig Katholiek zich betoonde, werd beloond met hetambt van Notaris van den bisschop van Utrecht, welk ambt hij reeds 18 September 1554 bekleedde. (ZieCiviele processen Hof 1596, waarin afschrift van een op 18 Sopt. 1554 in die qualiteit opgemaakte acte).

In het archief van de St. Paulus abdij te Utrecht, invent. kleine kapittelen en kloosters No. 439 en457 vinden wij handteekeningen van hem, n.1. Toenis van Lennep, Secretaris, en Anthoniusvan Lennep, Notarius.

Bij de scheiding en verdeeling van den boedel zijner ouders viel hem, evenals aan de andere kinde-ren, zekere jaarrente ten deel, welke hem door Dirck Heytnericx en zijn vrouw, die in den boedel warenblijven zitten, werden uitbetaald, (n. 105).

Zijn zegel, waarop het gewone wapen, 1577 Maart 18 als notaris te Leersum, in familiearchief Heer-man van Zuydwijck, gevonden door den heer R. T. Musschart. Het oudste zegel van onzen tak.