Druckschrift 
2 (1927) (1093 - 1926)
Entstehung
Seite
165
Einzelbild herunterladen
 

161 —

AFDEELING CLEEFSCHE BEZITTINGEN.

„BESTAND SEELAND".

Archief Anholt.

N°lfM0 1452. Jan. 8. Wem er van Lynep bekent, dat Elbert van Alpen, heer tot Honncpcl, en Mech-telt van Oulenberg, echtelieden, hun tiende te Didam, welke Elbert namens juffr. Agnes vanWisch en ' an Culenberg uit handen van het klooster Redinchaven afgelost had, hem gedurendezijn leven verschreven hebben. Hij bekent, dat die tiende na zijn dood aan Elbert of diens erf-genamen toebehoort. (geen zegel.)

N°164t 1519. Juni 5. De broeders Werner en Joris van Lennep verklaren aan den bevelhebberte Berg, betreffende een door dezen namens jonker Dirk van Batenburg ingediende aanspraakop een tiende te Didam, dat zij daar wel zulk een tiende bezitten, welke zoowel hun grootvaderals hun vader, als zij zelf lange jaren in rustig bezit hebben gehad, maar dat zij aan niemandanders een recht op die tienden kunnen toestaan.

N°1642 LIJST DER BEZITTINGEN VAN DIRK VAN LOIL EN ZIJNEN ZOON JOIIAN.

Onder de vele adellijke huizen in de vroegere heerlijkheid, tegenwoordig gemeente, Didambehoort ook het huis Loil (ook wel Loei en Look, dat — zooals hieronder blijkt — een Kleefschleen was.

De onderstaande lijst is m.i. aangelegd door Dirk van Loil in 1408 of kort daarna. Im-mers in 1408 werd hij beleend met Middeldorp. Vóór 1417 is hij overleden. Zijn zoon Johanwas toen minderjarig, maar in 1423 volgens van Spaen mondig. Johans aanteekeningen zijnmitsdien van 1423 tot 1435, toen Loil aan de heeren van den Berg door koop overging.

liet boek is geschreven door Dirk van Loil. Het cursief gedrukte is van Johans hand,terwijl eene enkele bijvoeging van eenen derden persoon afkomstig is. In de noten wordt ver-wezen naar de beleeningen, die voorkomen in het leenregister van 1417 van de heerlijkheidBerg (Invent. Tadama C. IV, No. 23a).

Fol. 3 v. Item Johan van Loei Wdlemssoen ') (Jou/roM TAAwkA t-an ( W)ye die helt vanmy to lene siin huys ende sine hofstede ende sinen koelhof ende een slach, geheiten datLoelsche slach, ende een maetken, geheiten dat Ossenmaetken, den Parrikensacker endeeen stucke, dat schiet op 't Vilckcn, ende Bonertsacker ende Nuelmansguet ^) ende vort alguet als Goederts wiif ende Johan Kirskorfs wiif van oeren vader hedden, dat sie vanJohan van Loei te lene haelden. Dit helt Johan van Loei (Jou/r. FMewü'A uorp.) te lenevan Deric (Jo/m??) van Loei tot enen Zutphenmhen lene. Daer /<e/t roer ye/ndt dory.s ruw

k Daarboven met dezelfde hand: Gerit van Loei Johanssoen.

2) Leenboek 1417, pag. 46: Eadem, met bijvoeging: Oir hulder is Jorys van Lenep van Tesmar.^) Het tynsboek der abdij van EHen vermeldt in 1417 Nolmansgued (blz. 170). In leenboek 1417 heethet Moilmansguet.