160 —
%
L
t
IA
ƒ
. 4 .
.-A
,É
&'*
5 mnld(er) roggen, vier roeden hoys in die Aelde muit ende 2 voederdeel in Waver-loeholt ten Zutphenschen rechten.
No. 11. It. Jacob Vogel helft ontfangen siin guet, gelegen toLathem, geheiten der Ermer guet.
No. 12. It. Willem Vaeck ') heldet vort van on ten Zutphensclien rechten.
No. 13. It. Jacob van Wincwick b heeft te leen ontfangen synen halven hoff van Frederick,des heren son van Morse; item den tiende van den hoeve toe Vyncwick te 5 marck leen.
No. 11. It. W a r n e r W a r n e r s s o e n van L e n e p ^) hefft van ons ontfangen te leensiins vaders huys, dat helt he voir een borchleen ende 82 erff. Ponden.
No. 15. It. W^arner van Lenep twe acker, die een ghcheitenKlynckvoetsacker, die anderis gelegen dairby.
No. 16. It. Henrick Mom ") hefft to leen ontfangen een guet, gcheeten Fuken guet.
No. 17. It. Derick Gonsis dochter ermals hefft ontfangen 5 nialder saitlants ind enen acker,gelegen by Dag men.
No. 18. It. Arnt van Fait Henrixson b myt Gerlich, synen gcckaren ricliter, hefft to leen ont-fangen van den vorg. heren van Morse enen acker, geheiten den Valen acker.
No. 19. It. Gerit Konynck hefft toe leen ontfangen 15 erff. Ponden.
No. 20. It. Ilerdewich van Locker hefft ontfangen siin guet, gelegen toe Diedarn.
No. 21. It. Warner van Ludenhorst hefft te leen ontvangen Stegereps guet ind duet jairlix 2malder roggen ind een halff voederdeel in Waverloe holt.
i) 1332, Maart. 6, Willem Vake, koape, getuige voor Reinald van Gelre (Nijhoff a. w. I, No. 259). Hijkomt verder voor in 1342, 1343, 1346 en is dood in 1361. (Zie Geneal. Vaeck door Mr. van BruckenFock in Gen. en Herald. bladen 1909, blz. 44).
b Jacobus de Wlncwich en Sophia van Plese, echtelieden, 21 September 1291 en 5 November 1292(Sckolten, Grafenthal).
s) Deze beleeningen kunnen in verband beschouwd worden met hetgeen dienaangaande in het leenboekte Anholt en in het Berghsche leenregister op blz. 223 staat.
In het leenregister te Anholt staat fol. 8: „It Warner van Lynnep siin hoefstat ende eenborchleen ende dieseive Clinckvoetsacker te Zutphenschen leen".
In het Bergsche leenregister staat: „It. Roleff van Lenep ontfangen siin borchleen, as mitnamen siin huyssinge, holffstat end were mitten tobehoire, dair he woint, geheiten den Haige:
Item Werner van Aerdo. hulder Jacob van Aerde, siin broeder; ende is beleent mitter alinger hof-stede, daer siin huys op steet, gelegen tot Diedam voir den Diick.
Item dairtoe een stuck lants, geheiten dat Zwarte lant, ende teynt 5 malder saits, gelegen in Loelre-velt. Item noch een stuck lants, geheiten die Elinckvoet, ende tiint 2 malder saits etc.
b Ambtman te Diedam in 1346 bij toescheiding van slot en heerlijkheid Didam door zoons van Diderick II.Waarschijnlijk in Augustus 1346 overleden.
3) Van Lait zal wel moeten zijn van Latem. Hendrik komt voor van 1295, November 2, tot 1342, Maart18, en Arnt van 1300 tot 1342, Maart 18. In 1362 worden heredes Arnoldi de Baer genoemd. Latemwas een jongere tak van Baer en voerde het wapen van Baer met een barensteel (Muller, Hof Enijfheze;Charters Arnhem 22 enz.).