— 53 —
Yidimus van Richter, Burgemeesters, Schepenen en Rand van 's Itccrenberg dd. 1485, Pet. 21.'s Heerenberg, Gein. Arcli. Charter.
N°111S 1465.
Maart 7. Walraven van Lenep, als holtrichter, getuige bij verkoop van een hall voder-deel in Waverlomark. Met zijn zegel in groen was.
Bergh. Charter.
N°llli) 1465.
Mei 16. Verkoop te Riten voor den drost Johan Mom van Keil en gerichtsluden: AVolter enJolian Tengnagel, en getuigen: Her Franck van Kei, Willem van Rees, Hemdek van Ghiesc,Hemdek Wynterconynck, Gerit Oesterwick, Herick Tengnagel, Gerit van Leut, Johan vanLenep Heidenrickssoen, Johan Ruter, Gerit Ruter, Gadert op ten Kelre, Peter van den Graeve enz.Leiden. Mij. Ned. Letterk. ms., 617.
N°1120 1465.
Juni 18. Oswald van Berg, heer van Ulfft en Bilant verzoekt als patroon, aan den proost te Emme-rik voor de, door den dood van dominus J o hannes de Li e nep, geestelijke van de Kapelin den Pyck te Didam, opengevallen plaats, te willen admitteeren den door hem benoemdendominus Wernerus de Aerd, presbyter.
Bergh. C. IV. 23. c.
y° 112 ) 1466.
Kov. 18. Relaas van een hyp. schuld van 4'/i goudgulden erfrente siairs op het goed toe Hied-brinek, buurschap Braempt, kerspel Zedam komende aan (Gerit) Palick van Helbergen; latervan hem geërfd door zijn zuster, de weduwe J o h a n s v a n L e n n e p en weder later van haar geërfddoor AV al ra ven van Lennep, hun oudsten zoon, terwijl na diens dood Hen riek vanL e n n e p, AA^ a 1 r a v e n s broeder, opkwam voor zich zelf en als momber der kinderen vanAV a 1 r a v e n en Anna van Kampliusen.
Bergh. Leenreg. Gedr. Fahne Alom IV, 133.
N°1122 1467.
Pee. 20. Ick Roelof Alomme, R chter to Piedam van wegen den Edelen wolgebornen vervoe-genden mijns lieven hem, hem Oeswaltz, hem van den Berge und van den Bylandt, tuige dat vormij in gericht gekomen sint Roelof van Lennep met Jonfer Ysenbellvan Oamphuisen, synechte huisfrow, en hebben vercocht an Johan van Lnne een guetgen tot Piedern. Gerichtsludesyn Henrick van der Hoeven und Wessel van Waldenberg.
1467 op St. Thomasavont Apost. Fahne Alom, p. 170.
y° 1123 1467.
Jan. 7. Upschrifft: An AYalraven van Lynip, onsen guedenvryendt end livenswager').
Erbar guder frunt ende live swager, Wy en vernemen van ge'ner deylnngh in Waverloe-bosch.
So u.1. daer ein holtrichter syn in den vurs. bossch, begeren wy, ick Johan van Lyn vanwegen des hoichgebaren doirluchtigen fursten hertogen van Cleve inde greve van der Marckeetc. so die in den vurs. bosch geërft is, ende ick Goessen Smollinck, so ick iii denselven vurs.bossch gerechtigt offt geerfft bin, want u.1. ein holtrichter in denselven vurs. bossch syn, tobestellen om gedeilt to worden als gewoenlich ist to deser tyt geweest; ende u.1. guetlich be-
') Ik weet niet, hoe Goessen Smullinck een zwager was van Walraven van Lennep.