70
#ypo/y?)OR< 3 ? 2 , zoo als hij dezelve gelezen heeft, vande ketters vervalscht zijn geworden. Hierover zullenwij de nadere onderzoeking aan anderen overlaten;het is voor onze zaak toereikend , dat de oude schrijdver betuigt, dat PETRUS te 7?owe gepredikt heeft.
n Het werk van over efeverwoee^wy
wn ./e?*M3<z/ew heeft bij de Critici geene waarden enkan niet aan HEGESIPPPS worden toegeschreven, dienog vóór CEEMENS van ^/ejr<zz:efrzë geleefd heeft."In plaats daarvan, had ELLENDORF liever de fragmen-ten moeten opgeven, welke EUSEBius uit het echtewerk van HEGESirrus over de Bisschoppen van 7?o%2#;ils navolgers van den II. PETRUS, heeft medegedeeld.IlEGESippus was over Coi'ü'nMc naar 7?o?Me gereisd enheeft den toestand van deze kerken naauwkeurig ga-degeslagen. Uit dit werk heeft EUSEBtus de opvol-ging der Roomsche Paussen, in het IY boek vanzijne AferAe^)7:e , hoofd. 22, aange-
Voerd , waaruit mén ook den tijd , waarin HEGESirrusleefde , kan leeren kennen, nik kwam naarcn bleef aldaar tot den tijd van ANïCEius, wiens Dia-ken ELEUTHERIUS was. Op ANICETUS volgde SOTERenop deze ELEUTHERIUS."
ELLENDORF bekent^ dat de getuigenis van DlONTSiusvan alle de belangrijkste cn buiten twijfel de meestafdocndc is. Dezelve heeft ons weder EUSEBius inzijn II. bo<?k, 25 hoofd, bewaard : n Diovvsius , Bis-shop van Con'M.^e, getuigt, dat de beide Apostelen,rETitus cn PAULUS martelaars geworden