6
((Johan's zonen erfden het graafschap Limburg aan de Lenne, terwiji hun oom Everhard de bezittingen9 aan de Roer verkreeg; deze bouwde het kasteei Styrum, dat destijds slechts eene adeiijke hofstede (edei-hof))) schijnt geweest te zijn, omstreeks het einde der 13" eeuw. Van dezen tijd af ontstaan in het Limburgsche huistwee iiniën, die van Limburg en die van Limburg Stirum, of Limburg in Stirum.))
Graaf Diederik V van Hohen-Limburg-Stirum erfde in 1372 door zijn gemaiin Lucardis de heeriijkheid vanBroich, gelegen hij Mülheim aan de Roer, tusschen de heerlijkheid Stirum en de abdijen van Essen en Werden.
Bij zijn dood verdeelde zich Hohen-Limburg in twee takken onder zijn zonen Willem I en Dirk VI(Bender, bl. 74).
De eerste, als oudste, ontving het graafschap Limburg en noemde zich Graafvan Limburg, Heer van Broich;de tweede de heerlijkheid Rellinckhausen, terwijl Broich tusschen de beide broeders onverdeeld bleef, volgens actevan verdeeling in 1412. (von Kamp, bl. 43). *
Willem I stierf zonder mannelijk oir. De Graaf van Neuenar, met zijn dochter Margaretha gehuwd, trad, metgoedvinden van den Leenheer en met goedkeuring des Keizers, als erfgenaam in zijn goederen op. ^ Niettemin ginghem dit niet zoo glad van de hand, want zijn volle neef Willem II (zoon van Diederik, broeder van Willem I), verzetteer zich tegen als zwaardmaag. Hoewel hij om bijzondere redenen van zijn erfregt moest afstand doen ", trad hij voor zijnregten op en veroverde, zelfs met behulp zijner broeders, het kasteel van Limburg (1461). Willem II overleed in1478, en werd opgevolgd door zijn zoon Johan. Deze trad in 1492 in den echt met zijn nicht, Gravin Elisabeth vanNeuenar, kleindochter van Margaretha, hierboven genoemd, en aldus kwamen de moeijelijkheden over het erfregtvan zelf te vervallen. Johan stierf zonder oir en liet nu zijn zuster Maria als erfgename. De tak van Stirummaakte thans haar aanspraken geldig, doch te vergeefs, want het zwaardleen was nu in een konkelleen herschapen.
Genoemde Maria, erfgename van Limburg, huwde Sebastiaan, Graaf van Sayn, waaruit slechts één zoonvoortkwam, Johan, die met Ottilia, Gravin van Nassau, trouwde. Hun dochter Imgarde kreeg tot echtgenoot Wirichvon Daun, Graaf van Falkenstein (1495). Amoena, eene dochter, die uit dit huwelijk voortsproot, trouwdeHumbert III, Graaf van Neuenar, en eindelijk werd de dochter dezer laatsten, Magdalena van Neuenar, deerfdochter van Limburg. Daar zij met Arnold, Graaf van Bentheim in den echt trad, kwam Hohen-Limburg metal zijne bezittingen aan het huis van Bentheim (1592). *
* Serrure, bl. 4 en 5.
2 Von Steinen, Westphalische Geschichte.
3 Bender, bl. 75 — Serrure. bl. 5 en 6.
(
4 Opheldering. —
Volgens eigenhandigeaanteekeningen op hetkasteel v. Limburg 1857.
)
Elisabeth
Margaretha i 1 van Neuenar.
\ van Neuenar. 1van Limburg. ' ^ ) tr.
tr. ] Johan, laatste
/ Eva, Vriivrouwe „ ... ,
Graaf v. Neuenar. ] f Graaf v. Limburg.
-j- zonder oir.
van Lennep.
Maria i Johan, Graafvan Limburg. 1 van Sayn.(wordt erfgename) ( tr.
tr. 1 Ottilia,
Seb" van Sayn. f Gravin v. Nassau.
Irmgardevan Sayn.tr.
Graaf vanFalkenstein.
Amoenavan Falkenstein.tr.
Gumbertus IIIvan Neuenar.
j Magdalenavan Neuenar,laatste erfdochterin Limburg,tr.
Arnoldus, Graafvan Bentheim.