I.
DE GRAVEN VAN LIMBURG STIRUM, HUN AFSTAMMING ENOVERZIGT HUNNER GESCHIEDENIS.
Altena aan de Lenne, een niet onaardige kieine stad in Westplialen, wordt weinig door reizigersbezocht en toch iigt het in een bekoorlijk dal, dat door de kronkelende Lenne besproeid, hier en daarnatuurtooneelen aanbiedt, welke alle beschrijving overtreffen.
De stad, die vlak aan den stroom ligt, heeft het aanzien van op den oever te zijn gebouwd en vanachteren als het ware tegen den bergrand aan te leunen.
Minstens ter lengte van een half uur breidt zich de bevallige huizenrei langs de Lenne uit.
Boven de stad verheffen zich twee vrij aanzienlijke bergtoppen, waarvan de een, op zijn kruin, eenouden burg draagt, gedeeltelijk in verval, gedeeltelijk nog vrij goed onderhouden: dit zijn de overblijfselen vanhet aloude slot AMena.
Van dit slot stammen de Graven van Berg en Altena af, die reeds in de laatste helft der 10" eeuw alsvoogden (bescherm-) van Deutz bekend stonden. Montanus, in: Die Vorzeit der Liinder Cleve, Mark, Gülich undBerg, dl. II bl. 1, vermeldt van Altena het volgende:
((Das Schloss scliaut heute noch mit seinen Wehrmauern in's wunderschöne Thai herab und es ist ein kraftiges))Fürstengeschlacht dort aulgewachsen, dasz sich von Altena nannte und spater der Altenberg a. d. Dühn und))Neuenberg a. d. Wupper baute und machtig war in den Deutschen Landen, so dasz mehrere Erzbisschöfe von))Cöln und mehrere Herzogliche Haüser daraus hervorgegangen, die einen König zu seinen Ahnen zahlt und von)) denen viele nach wackermlleldenleben im Bergischen Dome zu Altenberg Ruhe-Statte fanden.))
Over de brug komt men in de stad Altena en voert een gemakkelijk voetpad tot den burg. Op den topvan den berg gekomen, bespeurt men dra de oude schilderachtige met mos en klimop begroeide hofpoort, dietoegang verleent tot het slotplein.
Aan de hofzijde van de poort vindt men het wapen der Graven van Altena e die achtblattrige rotheRose)) * (een roos van keel op een veld van goud) in steen uitgehouwen.
Een toren, vroeger Donjon (hoofdtoren) van de vesting, en een woonhuis, tegenwoordig als ziekenhuis vande Johanniterorde ingerigt, zijn de overblijfselen van het vroegere kasteel, dat destijds een groote ruimte moethebben beslagen, te oordeelen ten minste naar de bouwvallen der oude omwalling.
* Bender, bi. 68. Kremer, Beitrage, bi. 9.
1