Frederik van Isenberg werd hierom in den rijksban geslagen, hield zich nog eenigen tijd na het gebeurdestaande op zijn kasteel, maar langzamerhand viel alles hem af en zoowel naburen als aanverwanten, belust oprijken buit, vereenigden zich om hem zijne goederen te ontnemen.
Het kasteel van Isenberg werd, na lang te zijn verdedigd, genomen en tot den grond toe geslecht. Frederikontkwam met moeite naar het buitenland.
Een jaar na deze treurige gebeurtenis, werd Frederik van Isenberg als zwervend vlugteling, in het Ammerdalbij Hoey aan de Maas ontdekt door een Kleefsch Ridder, Baudewijn van Gennep, en voor 2100 marken denKeulenaars in handen geleverd. Hij werd door het Keulsche gerigt, op den 14" November 1226, op vreeselijkewijze ter dood gebragt — waarbij hij een groote onverschrokkenheid en koelbloedigheid aan den dag legde —niet nalatende, de omstanders te smeeken voor het heil zijner ziel te bidden.
De Graaf Frederik van Isenberg liet twee zonen na; de oudste, Dirk, groeide op aan het hof van zijn oomHendrik IV, Hertog van Limburg (aan de Maas). Naauwelijks 15 jaar oud geworden, vorderde hij zijn erfgoederenterug, en vooral het gedeelte dat zijn neef Adolf van der Mark, zoon van zijn's vaders jongeren broeder, zich hadtoegeëigend.
Zijn oom Hendrik van Limburg en de Graaf van Berg ondersteunden zijn eischen, zoodat een bloedige krijgontstond over de Isenbergsche opvolging, welke van 1230 tot 1243 de landen tusschen den Wezer en de Maas teisterde.
Daar de Isenbergsche erflanden en kasteelen vernield waren, liet Hertog Hendrik van Limburg een oudkasteel aan de Lenne weder opbouwen en van sterke muren voorzien, gaf het den naam van Hohen- of Neuen-Limburgen vestigde zijn neven daarop. *
Tot het jaar 1247 schreef Dirk zich Graaf van Isenberg, spoedig daarna van Isenberg en Limburg en eindelijk,van 1247 af, Graaf van Limburg alleen.
In de aanteekeningen van den R. C. Pastoor Wollf ^ te Mülheim aan de Roer, die hieromtrent zeer velebelangrijke opgaven had verzameld, en welken de schrijver dezes in 1857 bezocht, staat:
((Dietrich erhielt mit Hülfe seines Oheims den gröocton Theil seiner Erbgüter zurück und nannte sich zuerst Graf von Isenberg, nachher von Limburg.))
Graaf Dirk I van Limburg staat in de geschiedenis bekend als een dapper en verstandig ridder. Hij stierf in1297, in den hoogen ouderdom van 82 jaren. Van zijn broeder Frederik staat sedert 1243 niets meer vermeld.
Dirk van Limburg voornoemd had twee zonen en een dochter. De oudste, Johan (1263—1275) wasreeds in 1275, dus lang vóór zijn vader gestorven, nalatende twee zonen, Dirk en Frederik. Zijn andere zoon,Everhard (1274—1301) L deelde, volgens de laatste wilsbeschikking zijns vaders, de Limburgsche goederen metzijn neef Dirk, zoodat deze als Dirk II de stamvader werd der Hohen-Limburgsche linie en Everhard van deLimburg Stirumsche (Bender, bl. 74). De genoemde Pastoor Wolfï zegt omtrent Dirk en Everhard:
t Das Schloss Limburg war ein alt vaterlicher Stammgut, vorher eine Festung. Von Steinen, § XIV.
NB. Bij zijn bezoek aan het kasteel in 1857, maakte het volkomen dezen indruk op den schrijver dezes.
2 De Pastoor Wollf maakte voor de pers gereed een beschrijving van Mülheim aan de Roer, met de omliggende heerlijkheden,voornamelijk Stirum en Bruch (Broich). Daar hij voor een paar jaar geleden overleed, heeft zijn zuster den schrijver een exemplaar vangenoemd werk toegezegd, waarin zeker voor de familie van Limburg Stirum veel merkwaardigs zal te vinden zjjn.
3 Volgens het handschrift van den Pastoor Wollf. ** Volgens idem.