Druckschrift 
Beschryvinghe von Albrecht Durer van de Menschelijcke Proportion : Begrepen in vier onderscheyden Boecken ; zeer nut ende profijtelijk voor alle Lief-hebbers deser konste ; In't Latijn ende Hoogduytsch, tot Nurenbergh ghedruct ... 1527 ; Ende nu in Nederlandtsche sprake over-gheset ...
Entstehung
Seite
74
Einzelbild herunterladen
 

In het ghewricht oockDoor den voet/ by het eyndeder buytenste enckelen /Ende den voet en is niet alzoodie als des Mans voet.Hier na maec ic de dicte desarms nader syden also:De arm is in de schouder dieIn de muysIn den ellenbogheWeynigh voorder by de hantInt ghewꝛicht der hantEnde de handt is dickDaer na maec ic de breetedes voorziende Wijfs / op allen dwersch=linien alzoo:Het voorziende Wijf is inthooft / op de linie des achter-sten wervels breetOver de linie des voorhooftsover de blote des voorhooftsOver de ooghbraenOver de oorenOver de neuseOnder de kinne is den halsbreetBy de hooghte der schoudenBy den hals⸗kuylBy de schouderledenEnde op de selfde linie staen deschouderleden wijt van mal-kanderenDe breete over de borst endeschouderen isTusschen de orselen ist breetTusschen de tepelenIn het weeckeMaer over de navelBy het eynde der heupenOp dese linistaen de beenen ende heupen wijt van een anderMaer de breete by het eyndedes buycx isBy de splijtinghe des WijfsEnde by de schaemte is hetbeen breetBy het eynde der billen

Het tvveede Boeckפברם10/6/9/0Maer by de dygnenBoven de knieMidden inde knieOnder de knieMidden in de kuytenBy t eynde der buytēste kuy0/318By't eynde der binnenste kuy.0/2In het ghewrichtOnder d'enckelen in den voet 10 20141010Ende den voet is breetDaer na maec ic de breete desvan voren zienden armsDen arm is onder de orselenneerwaerts in de muys breet) oAchter den ellenboghe0/0Voor den ellenboghe in debreete des arms214Byt ghewricht der handtEnde de hant is breetZo nu alle lenghten / dictenen̄ breeten der lidtmaten be-schreven zijn/ dan trec ic daerin met linien de proportie deswijfs/ van besyden ende van vo-ren ziende/ by de oprechte lini.Daer na omtrec ick by dederde oprechte linien/ het vaachteren ziende Wijf/ met debuytenste linien des vorinziende Wijfs.Waer de achterste schou-der-leden maec ic leegher alsde voorste/ daerom ist van hetschouderlidts hoochte af/ totde achterste orselenⵙⵏⴾⵔⵔEn het Wijf is achter tus-schen de orselen breetEnde de splijtinghe der billenvan beneden opwaerts lanck0/2De verſſen ſyn breetEnde ghelijck hier voor ge-schreven is / alzoo hebbe ickhet Wijf af-ghetrocken endehier voor ooghen ghesteldt /om te beter tot het verstandtte komen.

017/6