Druckschrift 
Beschryvinghe von Albrecht Durer van de Menschelijcke Proportion : Begrepen in vier onderscheyden Boecken ; zeer nut ende profijtelijk voor alle Lief-hebbers deser konste ; In't Latijn ende Hoogduytsch, tot Nurenbergh ghedruct ... 1527 ; Ende nu in Nederlandtsche sprake over-gheset ...
Entstehung
Seite
61
Einzelbild herunterladen
 

61van de Proportie des Menſchen.Van den ellenboghe tot het eynde der Midden in de kuyten/ een 10d.By het eynde der kuyten/ een 12 d.vingheren / een 4 d.Van het eynde des vinghers tot in het Op het ghewricht/ een 16 d.Ende den voet maeck ick langh/ een 13ghewrichte des hants/een 9 d.Alzoo ick de lenghte der deelen des ende 14 d.Daer naer maeck ick de dickte desKints aenghewesen hebbe/ wil ick oockvoorder de dieten des van besyden zien- van besyden zienden Arms.de Kints by allen puncten der aenghe-In de schouder/ een 10 d.Onder de orselen / een 12 d.wesene lenghte beschryvenIn den ellenboghe / een 16 d.Dit Kint is by de puncten der schonVoor den ellenvoghe/ een 15 d.der leden dick/ twee 15 d.Meer voorwaerts / een 18d.By de hooghte der borst/ een 6 d.Boven de hant/ een 23 d.Boven de tepelen/ twee u d.Ende de hant maeck ick dick een 21 d.Onder de borst/ een u ende 12 d.In het weecke / een 6 d.Zoo ick nu alle lenghten ende dicktenBy den navel/ twee 11 d.By het beginsel der heupen/ een 10 ende des sydelijcken Kindts aenghewesenhebbe / alzoo treck ick hier wt / door den11d.Overdragher / alle lenghte der gant-By het eynde der heupen/ een 9 ende 10 d.By het eynde des buycks/ achter over/ sehr deelingh tot de plaetsen des voren-zienden kints/ met samen alle dwersch-de billen / een 3 d.linien des hoofts/ ende de deelen des lijfsBy het eynde der nieren/ een 6 d.Ende het been maeck ick onder de billen set ick met puncten.dick / cen 7 d.Ende eerstelijck deele ick het voren-Voorder nederwaerts/ een 14 ende 15 d.ziende aensicht met oprechte linien / deBoven de knie/een 8 d.welcke alle breede deelen aenwijsen.Midden in de knie/een 10 d.Onder de knie / een 11 dAenvanckelijck make ick des vorenziende hoofts viercant/ twee 9 deel breet/en teeckene de twee oprechte syden met a. b. dit viercant deele ick met een oprechte c. in het midden van malckanderen/ die gaet midden door den Scheydel/neuse mont en kin.Daer naer deele ick a. t. ende c. b. met tween d.e. beyde deelen int midden vanmalckanderen/ de twee roeren de buytenste hoecken der ooghen/ ende de breetedes hals.Daer naer deele ick d.e. met tween k.g. in drie ghelijcke velden/ die roerende binnenste hoecken der ooghen/ buyten de tepelen ende de hoecken des montsende voor de breete des kins.Daer naer deele ick a. d. met h. i. en e. b. met k.l. inses ghelijcke velden/ desetwee h.l. roeren op beyde syden de breete des aenghesichts/ by de dwerschlinieh. Oock treck ick de onderste oorlellekens binnen dese oprechte h. l. en de oo-re tretF ij