Schouburg der378dult aangewend was als hy aan zyn tapyten en teenwerk doorgaans besteet heeft: men zou op eentafereel, de konst, in vele wyzen van schilderenverdeelt, en de volmaaktheit in vele voorwerpenverspreit, in een enkel konstwerk zien te zamengevloeit.Maar wat zal ik zeggen? de gaven der konstzyn zonderling gedeelt. De een bootst de natuurin't ruw, de andere in 't net na. Deze verkiest hetwaardigste, gene het geringste voorwerp der na-tuur, elk daar zyn drift hem na toe leid, en dat hembest ter handstaat; en die daar van afstapt loopt gevaarvan zyn roem te verliezen, even gelyk ymant dieniet zwemmen kan, en zig van grond begeeft ge-vaar loopt.In de Redenmeesters en Letterwyzen vind menhet even dus gestelt. Zommige hebben de gaaf vanwel te schryven, andere van wel te spreken. As-clepius onder de Argiven, Demosthenes onder deAthenienzers, Eschines onder die van Rodus, Cicero by de Romeinen, waren boven mate wel-sprekent, doch wilden nimmer hunne Oratien, ofRedenvoeringen in geschrift over geven, zeggen-de: Dat zy de pen niet dorsten vertrouwen denroem dien zy door hunne tong verkregen hadden.Om weder tot de Konstschilders te keeren,zeggen wy: dat wy niet alleen hebben ondervonden, dat dezelve doorgaans voorwerpen tot hunbespiegelingen gekeurthebben, die met hun aart overeen quamen: maar stemmen ook met Fr. Junius: Datde konſtenaars hunnen arbeid ontrent zoodanige dingengelukkiglyk hebben besteed, tot welke zy door eenheymelyke toegeneigtheit der natuur wierden geleit,waar van wy t bewys niet veer hoeven te zoeken,maar gereed aan de hand in J. Steen bevestigt zien.De
Einzelbild herunterladen
verfügbare Breiten