Druckschrift 
1 (1718)
Entstehung
Seite
379
Einzelbild herunterladen
 

Schilders en Schildereffen.379De ouden hebben daar doorgaans acht op genomen,en uit de werken geoordeelt, van wat aart denmaker was. Parrhasius schilderde doorgaans nietals tafereelen van ontucht, (van welke stukken bySuetonius in 't leven van Tiberius gemeldwort) waar uit hy beslooten heeft, dat hy zyngansche vuile wyze van leven daar door te kennengaf. Doch ik wil dit tot geen vasten regel te boekstellen, zoo min als om dat Androcydes by zynScylla de visschen zoo wonder natuurlyk hebbendeafgemaalt, hy daarom voor een grooten visvraat ge-houden wiert, en de byzondere lust dien hy daartoe hadde, hem te pas gekomen was in 't schil-deren van dezelve. 't Welk Plutarchus aanhaaltSympos lib. 4 quaest. 1. Maar wel, dat onder allevoorwerpen, dat gene, waar op de geneigtheit krach-tigst werkt, volmaakter dan eenig ander verbeeltwort. Plinius geeft ons daar een zoet voorbeelttot bestempeling van 't geen wy zeggen aan dehand in zyn XXI Boek daar hy zeit: Pausanias ver-lieft zynde op Glycera heeft een schildery naar gela-ten die Stephanoplocos, dat is, kransvlechteresse ge-naamt wiert, en om dat hy de zelve met een zonder-linge toegeneigtheit tot Glycera had gemaakt, zoo ge-viel dit elk, en wert onder alle zyne konſtwerkenhet beſte gekeurt, en hoog geroemt.Dewyl het dan dus gelegen is, dat door de ver-schelige neygingen, deze op dit, gene op wat an-ders doelt, en dat het geen van ymant uit een natuur-lyke geneigtheit verricht wort, 't best gedaanwort; zoo willen wy (als gezeit is) ons daar niettegen zetten, willen alleen de schilderjeugtdie het noch onverschillig is, tot wat voorwerpenzy zig wend, en noch niet door gewoonte aangeringe dingen verslaaft is, raden, zig tot waar-digo