i5°
WILHELMINA VAN PRUISEN.
„waarin die verkeerde. Die brief behelst ook het natuurlijk„verdichte nieuws, dat er eene Engelsche vloot in aantocht„is met a/s Aio 7227?^ vaM 7 ifo//aw< 7 . Dat is natuurlijk
„niet aan te nemen; wij hebben er ook enkel om gelachen;„maar het zoude toch wel van aanbelang zijn, iets met„zekerheid te weten te komen aangaande de werkelijke„stemming der natie en aangaande de wenschen van het„beter deel der bevolking. Dat ons Huis daarginds nog„altijd geliefd is, dat men er ons herstel begeert, dat geloof„ik gaarne; maar op welke wijze wenscht men ons terug ?„En wat willen zij hunnerzijds doen om onzen terugkeer„mogelijk te maken? Dat zijn twee vragen, welker beant-woording voor ons van het uiterste gewicht is. Naar mijn„bescheiden meening is het eerste wat ons thans te doen„staat: het land bevrijden van zijn tegenwoordig juk; dan„kunnen wij zien welke schikkingen de beste zijn om er„rust en welvaart te verzekeren. Zoolang de oorlog duurt,„is en blijft het moeilijk daaromtrent een bevredigend be-„sluit te nemen; er is zoo velerlei te voorzien. Maar als„men u, eene spontane opwelling volgende, tot den b*oon„mocht roepen, denk ik, dat gij niet zoudt weigeren, wel„te verstaan als dit ook strookt met de plannen der Mogend-heden, die nu de toekomst van Europa in handen hebben.„Ik zoude u echter sterk moeten aanraden, zelfs den schijn„te vermijden van het koningschap te zoeken. Ik kan ook„niet denken, dat dat uwe bedoeling zoude wezen, al ware„het alleen om het vooroordeel, dat in het land zoo lang„tegen dezen titel heeft bestaan. Maar wat ligt er aan den