EN ANNA VAN HANNOVER.
57
van, hoe hij bij zijne drukke bezigheden steeds tijd wist tevinden om haar te schrijven: berichten aangaande dekinderen, vragen naar hare gezondheid, aanmoedigingen omtoch maar te besluiten tot eene reis naar den Haag. MariaLouise was er hem dankbaar voor, want zij wist het wel,dat zij wat veeleischend was in haar verlangen om telkensopnieuw de verzekering van hem te hooren, dat hij haarliefhad en dat hij haar niet vergat. Hare liefde voor hemhad iets zwaarmoedigs gekregen; er was iets drukkends inde teederheid, waarmede zij zich te nauwer hechtte aanharen zoon, nu zij zwaar beproefd werd in hare dochter.Deze had na een kortstondig huwelijk haren echtgenoot,den erfprins van Baden-Durlach verloren, en minder krachtigvan geest dan hare moeder, was prinses Amalia, na de kortdaarop gevolgde geboorte van haar kind, krankzinnig ge-worden. Zij herstelde niet en sleepte haar droevig bestaannog lange jaren voort. Voor Maria Louise was de slag, omde treffende gelijkenis met de omstandigheden, waaronderzij zelve weduwe was geworden, dubbel zwaar. De ge-dachte aan hare ongelukkige dochter, die nu reeds bij haarleven voor haar verloren was, boog haar diep ter neder.„O mijn geliefde zoon," schreef zij in overmaat van smartaan prins Willem, „heb toch zooveel medelijden met uwe„ongelukkige moeder, dat gij haar deze smart verzacht door„uwe liefde. Gij zijt nu mijn eenig kind!" — „Uwe Hoogheid,"antwoordde deze haar, „bezit te veel vroomheid en berusting,„om niet haar volle vertrouwen te stellen op den heiligen„wil des Heeren, wiens wegen niet onze wegen zijn."